Wat is schade?

Het verhaal van mevrouw de Roos

“Wie waren we voordat alles begon?”  “Wij waren een gezin met twee hardwerkende ouders dat liefdevol hun kinderen opvoedde. We hebben altijd gewerkt, begonnen naast de studie, en nooit om iets gevraagd, maar alles altijd zelf opgelost en bekostigd. We waren een gelukkig gezin, met een koophuis in Brabant. De opvoeding verliep prima en we konden de kinderen bieden wat ze nodig hadden. Dat veranderde toen we in deze situatie terecht kwamen.”

“In eerste instantie kwamen er aanmaningen van de belastingdienst, wat uiteindelijk dwangbevelen werden en dit betekende dat deze eerst betaald moesten worden anders had het meteen grote gevolgen, maar het had ook consequenties voor de overige betalingen. Het geld kan immers maar één keer uitgegeven worden en indien we de belasting betaalden konden we niet de verhuurder van onze winkel betalen. Met als gevolg dat de rekeningen opstapelde en de boetes toenamen, waardoor er alleen maar hogere bedragen gevraagd werden en we dit niet konden betalen.”

“Ik ben verschillende malen aangehouden door de politie in samenwerking met de belastingdienst. Met kinderen achter in de auto werd dan aangegeven dat ze de auto gingen vorderen. Met afspraken mocht ik dan weer naar huis, maar dat betekende een groot bedrag betalen. We hebben daardoor overal geld vandaan proberen te halen, dit resulteerde in het inleggen van een erfenis, leningen bij vrienden, spaargeld van de kinderen, geld wat we terugkregen van een inbraak in ons huis en ga zo maar door. Op een gegeven moment was de rek eruit. Dit resulteerde erin dat de belastingdienst onze auto ging verkopen. We werden gesommeerd om een schrijven op de deur te hangen zodat iedereen kon zien dat er een openbare verkoop van de auto plaats ging vinden. Dit was niet alleen vernederend maar je staat volledig machteloos in die situatie.”

“Ik had al die tijd doorgewerkt maar daarvoor heb ik wel een auto nodig, maar ondanks een schrijven vanuit mijn werkgever had dit geen resultaat en werd de auto goedkoop verkocht. Met als gevolg geen auto, dus moest er snel een tweedehands auto gekocht worden, die ook weer geld kostte en dermate slecht was dat dit gevolgen voor mijn werk had. Stilvallen en daardoor te laat komen, een raam niet dicht krijgen tijdens de regen en daardoor geheel gestrest naar een bijeenkomst gaan, waar ik op aangekeken werd. Daarnaast werd er ook weer meteen beslag op gelegd door een andere schuldeiser.”

“We hadden tot die tijd namelijk elke keer voorrang gegeven aan de belastingdienst zodat dit soort zaken niet zouden gebeuren, echter had dat gevolgen voor anderen. Omdat de schulden dermate opliepen is er besloten om een van de twee winkels te verkopen om daarmee te kunnen voldoen aan de betalingsverplichtingen. Dit leidde tot een veel te goedkope verkoop dan de winkel, maar we hadden op dat moment geen keuze. De betalingen werden voldaan, maar daarmee was het probleem niet opgelost.”

“Dit resulteerde in loonbeslagen bij mijn werkgever. Gedurende ruime tijd werd de beslagvrije voet gesteld op 850 euro, wat met een gezin van vijf niet te doen was. Dit had grote gevolgen voor de kinderen. Naast dat er geen sport beoefend kon worden kon er geen kleding en schoeisel worden gekocht. Geen fiets of laptop voor naar school en daarmee een uitzondering op de rest van de kinderen. Wat vooral veel gevolgen had voor de middelste, ze werd enorm gepest omdat ze niet mee kon met de rest Ze had geen nieuwe kleding of een telefoon. Het zorgde voor vele slapeloze nachten en kostte veel energie om overal maar weer je best te doen zodat iedereen zoveel mogelijk tevreden was.”

“Na de eerste periode van loonbeslag volgde er nog meerdere. We waren niet gewend om hulp te vragen en hadden het tot op heden allemaal zelf proberen op te lossen. We durfden de jaarcijfers niet meer in te leveren, we hadden immers al genoeg gedoe met de belastingdienst. We wilden geen cijfers inleveren waarvan we wisten dat die te rooskleurig waren wantmijn man was al geruime tijd bezig met het oplossen hiervan, samen met de belastingdienst en de gemeente. Maar er bleven maar boetes komen.”

“Ik was inmiddels heel erg angstig geworden. Er stonden zeer regelmatig deurwaarders aan de deur en de betalingsdruk liep verder op, maar er was geen geld. We werden bijgestaan maar ook daar werd gezegd dat ze niets zouden kunnen beginnen tegen de belastingdienst. We probeerde de cijfers op orde te krijgen zodat we aan de belastingdienst konden aantonen dat het niet klopte dat ze zoveel van ons vroegen. Omdat we niet op tijd waren met de jaarcijfers werd erop een gegeven moment zelfs een boete van 100.000 euro opgelegd door de belastingdienst. Het geschil met de verhuurder over de betalingen liep steeds verder op, omdat we niet anders konden dan eerst de belastingdienst betalen, met als gevolg dat we uit ons winkelpand moesten.”

“We zijn toen verhuisd met de winkel en hebben het nog drie maanden volgehouden op een andere locatie, maar ook de verhuizing bracht kosten met zich mee en de huur was hoger dan van het andere pand. Terwijl mijn man vol in de boekhouding zat en met correcties bezig was die aan konden tonen dat er vele jaren te hoog belast is, werd in gesprekken met de gemeente aangegeven dat we beter als webshop door konden gaan. Toen dit traject liep kwamen we ook voor de eerste keer in aanraking met Veilig Thuis.”

“Zij sloten aan bij een gesprek en ondervroegen ons over de thuissituatie. Ik kan je niet goed vertellen wat dat met je doet. Je probeert alle ballen hoog te houden, een goede moeder, vrouw en werknemer te zijn en dan stelt de ander dat ter discussie? Ik werd er moedeloos van, voelde me extreem machteloos, wie wilde nu echt luisteren en helpen. Wie geloofde ons nog. Nu nog word ik er ontzettend verdrietig en wanhopig van. We zijn altijd hardwerkend, probleemoplossend aan de slag gegaan. Dat wij niets hadden maakte niet uit als de kinderen het maar goed hadden maar dat lukte steeds minder door de externe omstandigheden. De kinderen werden ook steeds bozer omdat zaken niet konden die andere kinderen wel kregen, of mochten.”

“Na het doorlopen traject werd het toch afgewezen en uiteindelijk leidde dit tot het faillissement van ons bedrijf en daarmee ons gezin. Wat meteen met zich meebracht dat er nog meer schulden ontstonden die niet zouden zijn ontstaan indien de winkel door kon draaien, maar dat was geen optie meer. Voorafgaand moesten we diverse keren naar de rechtbank wat ook een zeer stressvolle situatie was. Met het faillissement vielen vele sociale contacten weg; ten eerste omdat de winkel wegviel maar vooral ook omdat iedereen boos werd dat de winkel dicht ging en dat ze ons niet geloofde. Dit resulteerde in een sociaal isolement. Geen vrienden om je heen waar je even jezelf kon zijn zonder de kinderen te belasten, geen mensen die voor je opkomen als het moeilijk is maar alles zelf moeten doen en doorgaan.”

“Met het faillissement kwam ook een curator die al snel begon over de verkoop van de woning omdat de overwaarde dan naar de schuldeisers kon. Ik moest meteen in contact met de gemeente treden en op zoek naar een huurwoning. Inmiddels wilde de verhuurder niet dat we OBS konden aanmelden bij Klik voor Wonen, volgens mij blokkeert hij tot op heden nog steeds woningen van zichzelf, maar met hulp van de gemeente konden we ons inschrijven. En daarmee kwam een enorme druk op het gezin, het was duidelijk dat niet iedereen wilde gaan verhuizen en dit leidde regelmatig tot tweestrijd in ons hecht gezin. Daarnaast moest er wekelijks gebeld worden met de gemeente om een update te geven van de vorderingen en inzet van ons. Dit waren verre van prettige gesprekken.”

“Ondanks dat we steeds meer inleverden was het nooit goed genoeg, we moesten verder zoeken, kleiner. Op den duur moest ik reageren op huizen met één slaapkamer. Buiten het feit dat we een gezin van vijf zijn, hebben we een zoon met Asperger en ADHD, hij heeft eigen ruimte nodig anders gaat het niet goed met hem, maar dat was geen reden voor een andere zoekopdracht, de grootste achterbuurten met veel te kleine huizen, dat was waar ik op reageerde om in ieder geval maar een huis te hebben als de gedwongen verkoop van ons huis aan de orde kwam. En die kwam er, het werd duidelijk dat ons huis verkocht ging worden.”

“Dat betekende, indien we niets konden vinden volgens de gemeente, dat we dakloos zouden worden, voor de kinderen kon dan nog wel gezorgd worden. Ik ben geen moeder geworden om anderen mijn kinderen te laten opvoeden. Ik houd met heel mijn ziel van ze en kinderen horen bij hun ouders. Naarmate de datum van de verkoop vorderde kwamen er steeds meer mensen naar binnen gluren, aanbellen en vragen stellen over de woning. Dit resulteerde in mijn burn-out, al die tijd had ik het volgehouden maar met deze druk en geen zicht op een oplossing in de toekomst was het niet meer vol te houden.”

“Daags voor de verkoop kwam de politie langs en kregen we een brief van Veilig Thuis. Alsof het niet genoeg is dat je geen andere woning kunt vinden en dan op de koop toe je kinderen kan verliezen. Dit resulteerde ook in serieuze overwegingen om te gaan scheiden. Mijn man verzette zich hevig tegen het uit huis gaan en ik wilde het gezin veiligstellen door maar te aanvaarden wat er voor handen kwam. We hebben een woning in een achterbuurt in Roosendaal mogen bezoeken. De woning zat vol schimmel maar toch hebben we aangegeven dat we hem wilde hebben, maar we werden uitgeloot. Dus geen vervangende woning en je huis bijna in de openbare verkoop. Ik kan er geen woorden aan geven wat dit met je doet, het was erger dan verschrikkelijk. Gelukkig was daar onze advocaat en een onbekende weldoener die ons geholpen hebben het huis te behouden. De schulden waren inmiddels enorm opgelopen omdat er boetes bovenop waren gekomen en ook de WSNP was afgewezen omdat niet alle schuldeisers wilde meewerken. Het faillissement bleef doorlopen en onduidelijkheid bleef.”

“Tot de erkenning, daarmee werden zaken opgelost! De schulden werden betaald. Maar indien er geen faillissement was gekomen waren deze problemen nooit ontstaan en nu ze er wel waren liepen ze alleen maar hoger op door boetes op boetes. Inmiddels zijn we nu wat jaren verder maar we ervaren nog steeds de gevolgen. De bel doet het nog steeds niet en ik heb nog steeds angst voor de postbode en voor telefoontjes van onbekende bellers. Ons sociale leven is er niet meer, we hebben bijna iedereen verloren. Het feit dat mensen je niet geloven is intens verdrietig, ook de boze mensen waren verre van fijn. Het schuldgevoel ten aanzien van de kinderen, wat hen allemaal ontnomen is kunnen we nooit meer goed maken. Iedereen is beschadigd. Onze oudste zoon heeft het geld dat hij heeft ontvangen vergokt. We zijn gekwetst, machteloos gemaakt en afhankelijk geworden van anderen. Daar waar we jaren heel krachtig waren is dat niet meer het geval. We zijn compleet gesloopt.”