Moeder Ria 1965


“Haal de vroedvrouw, schiet op,” roept Ria naar haar man. De weeën komen nu om de 5 minuten dus hij moet nou echt gaan. Hij doet zijn jas aan en rent de trap af naar buiten. Zenuwachtig haalt hij de fiets van het slot en fietst zo snel mogelijk naar het huis van de vroedvrouw om haar daar met de luide deurbel wakker te maken. Hun eerste kind staat op het punt om geboren te worden en haast is geboden. Gelukkig doet de vroedvrouw snel de deur open en een beetje slaperig kijkt ze Rein aan. “Is het al zover?” “Ik pak even mijn tas en dan kom ik eraan.”
Ria haalt opgelucht adem als ze Rein met de vroedvrouw de trap op hoort komen, ze is blij dat ze niet meer alleen is. De ervaren vroedvrouw begint meteen met een snelle controle van moeder en kind. Ze luistert aandachtig naar de hartslag van de baby, met een soort trechter op Ria’s buik. “Dat klinkt
goed hoor, mevrouw,” knikt ze geruststellend en zet haar handen op de buik om te voelen waar het kindje precies ligt. “Goh, nog steeds niet gedraaid, dat gaat niet lukken zo” zegt ze zachtjes. Ze kijkt Ria aan en die ziet in haar ogen dat ze het meent. “Het is beter om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te gaan,” zegt de vroedvrouw en even komt er paniek opzetten bij Ria. “Oh nee!” En ze begint spontaan te hyperventileren.


De ambulance is er snel en binnen 10 minuten ligt Ria in de verloskamer van het ziekenhuis. De dokter komt binnen en begint te mompelen met de zusters. Ineens staat hij aan het bed en zegt “het gaat helemaal goed komen hoor,” ik kom over een half uur weer terug.” Een zuster blijft bij haar om regelmatig de voortgang te checken. Ze denkt aan haar ouders die op het punt staan om opa en oma te worden. Het was voor Ria een opluchting dat ze na haar huwelijk met Rein in de bovenwoning kon gaan wonen, haar ouders bleven, met wat aanpassingen, in de benedenwoning. Voor Rein is het niet gemakkelijk. “Ze bemoeit zich overal mee,” hoort ze hem regelmatig zeggen. Maar Ria, als enig kind, is nu toch wel blij met de oppassen, wat ze kunnen doen. De uren verstrijken en het lukt zelfs nog om af en toe een beetje te slapen. En als het licht wordt voelt ze dat de baby snel gaat komen. De dokter komt steeds vaker even checken hoe het gaat. Maar gelukkig verloopt de bevalling voorspoedig en om 10.30 uur in de ochtend wordt hun eerste dochter geboren.


Ze wordt naar de zaal gebracht waar ze ongestoord moet kunnen uitrusten, wordt haar gezegd, voordat ze weer naar huis mag. Zoals gebruikelijk wordt de pasgeborene door de zuster naar de babykamer gebracht om gewassen en aangekleed te worden. In de babykamer is het stil, er liggen meerdere baby’s die de afgelopen dagen zijn geboren, rustig te slapen. Bij het aankleden begint de eerste dochter keihard te krijsen en te huilen en het duurt dan ook niet lang voordat er meer baby’s wakker worden. Een andere zuster komt binnen om de wakker geworden kindjes te sussen en na een half uurtje is de rust wedergekeerd in de babykamer en de eerste dochter wordt in een bedje gelegd. Netjes in een rij. Het voelt een beetje warm aan van de kruik die er net in heeft gelegen. Het naambordje is nog leeg dus daar schrijft de zuster meteen de naam van de eerste dochter op, Roos!


De volgende ochtend is het druk en hectisch in de zalen. Er zijn een aantal vrouwen die blijkbaar tegelijkertijd moeten bevallen. Maar op de zaal zijn er ook moeders die snel borstvoeding moeten geven. Twee zusters, allebei met een baby op de arm, komen Ria’s richting op. Haar buurvrouw moet blijkbaar ook gaan voeden. De zusters leggen de baby’s bij beiden neer en Ria zegt spontaan; “deze is toch niet van mij?” Geschrokken kijkt iedereen op en de zusters zeggen allebei, “o sorry, dat klopt,” en ze pakken de baby’s weer op om ze vervolgens bij de juiste moeder te leggen.
Het zit Ria niet lekker. “Rein, ik vertrouw het niet, zo ga ik niet naar huis, Ik moet het zeker weten.” “Och dat zal toch niet?” Zegt Rein. “Jawel, ik wil een bloedonderzoek.” De vrouw naast haar kijkt Ria vreemd aan. “Het klopt wél hoor, ik herken echt mijn eigen kind wel.” Maar Ria blijft erbij. “Rein, haal de dokter.” Mmmm bromt Rein en verdwijnt naar de gang. Als hij na 10 minuten terugkomt ziet Ria al aan zijn gezicht dat het niet gelukt is. “De dokter vindt het onzin, ze weten zeker dat de baby’s niet verwisseld zijn.” Inmiddels staat de ‘buurvrouw’ al klaar om naar huis te gaan. “Maak je niet zo druk” zegt ze en draait zich om en verdwijnt door de deur.


Later op de ochtend wordt het sein gegeven dat Ria en Roos naar huis mogen. De dienstdoende zuster doet de baby alvast een jasje aan, het is bijna herfst en soms voelt het al best fris aan buiten. Lekker warm wordt het kindje ingestopt in de kinderwagen met een extra kruik erbij.
De taxi is gebeld want naar huis lopen is ten strengste verboden en thuis moet Ria nog 10 dagen in bed blijven om te herstellen.

Reacties

Eén reactie op “Moeder Ria 1965”

  1. Goyita Avatar
    Goyita

    Leuk weer wat van je te lezen!

    Like

Geef een reactie op Goyita Reactie annuleren