Langzaam opent Joos haar ogen en ziet een straaltje zonlicht door een spleet in de gordijnen naar binnen vallen. Ze voelt zich brak door het slechte slapen van deze nacht, de spanning is te groot. Gisterenavond heeft ze nog een wandeling gemaakt. Het was een heerlijke warme zomeravond en er waaide een licht verkoelend briesje dat voor een beetje afkoeling zorgde. De zonsondergang was prachtig met afwisselend oranje en roze kleuren.
Door de spanning kan ze ook al geen hap door haar keel krijgen, ze kiest voor een ontbijt met alleen een kopje koffie. Veel te vroeg zit ze gedoucht en aangekleed te wachten om te gaan. Haar gedachten glijden even over de jaren die zijn verstreken. Ze was een kind, te klein om alles te begrijpen maar ze voelde wel dat er iets niet klopte. En haar moeder liet ook geen kans onbenut om het haar in te wrijven. “Je bent niet van mij!”
Ze heeft nog wat oude foto’s van zichzelf als baby en peuter. Er valt steeds één ding op, op elke foto is een huilend of krijsend kind te zien. Huilen in de box, huilen bij haar moeder op schoot, huilen in de kinderwagen. Maar eerlijk is eerlijk, toen ze klein en hulpeloos was, heeft haar moeder haar wel verzorgd en eten gegeven en niet aan haar lot overgelaten.
Haar moeder was vanaf het begin overtuigd van haar gelijk, ze heeft nooit getwijfeld. En Joos? Zij heeft altijd getwijfeld, of eigenlijk ook weer niet. Zij was ook overtuigd van háár gelijk, hoe ouder ze werd en hoe meer informatie ze vergaarde. Het plaatje werd voor haar steeds duidelijker. Dat is dan ook een van de redenen geweest dat Joos na de middelbare school Orthopedagogie wilde studeren om zich als gespecialiseerd opvoedkundige, te gaan verdiepen in allerlei opvoedingsvragen bij probleemgezinnen. Wat is aangeleerd en wat is aangeboren gedrag? Haar moeder zei altijd “als je voor een dubbeltje geboren bent kun je nooit een kwartje worden.” En dat heeft Joos altijd onzeker gemaakt, stel nou dat dit echt zo is? Zou ze dan altijd alleen maar dialect kunnen praten en zich altijd schamen voor haar afkomst?
Die studie is een schot in de Joos geworden. En vooral de ontmoeting met haar mentor betekende een omslag in haar leven. Samen zijn ze op zoek gegaan naar antwoorden en vandaag zal er in ieder geval één antwoord gegeven worden.
Joos 2,5 jaar
Iedere middag gaan ze naar buiten, even een wandelingetje maken. Dat is een advies van het consultatiebureau aan jonge moeders, in die tijd, in het kader van de volksgezondheid. Aan de hand van haar moeder loopt Joos nietsvermoedend door de straten, de kinderwagen is mee voor het geval ze moe wordt, ze is immers pas 2,5 jaar. De zon schijnt maar toch hangt er een dreigende sfeer, ze voelt de donkere blik van haar moeder! Ze lopen door de straat met de hoge bomen, waar de wind door de bladeren ruist. Aan de rechterkant ziet Joos een groot huis langzaam van achter het groen tevoorschijn komen. Aan elk raam hangt een zonnescherm, allemaal in dezelfde kleur, zeker wel een stuk of tien, netje in een rij. Ze gaan richting de ingang en piepend zwaait een zware, houten deur open en komen ze binnen in een ruimte met banken waar mensen zitten te wachten. Op de vloer liggen zwart-wit tegels in een ruitpatroon.
Wat ze daar gaat doen weet ze dan nog niet, misschien heeft haar moeder het wel gezegd maar is ze nog te jong om het te begrijpen. Er ligt speelgoed op de tafels en ze vermaakt zich met een tekening die ze binnen de lijntjes probeert in te kleuren. Daar is Joos goed in, ze doet heel erg haar best en het lukt steeds beter. Dan ineens gaat er een deur open en er komen vrouwen met allemaal dezelfde kleren aan de ruimte in gelopen. Een van hen pakt haar hand en zegt, “kom maar met mij mee.” Dat wil Joos niet, ze wil bij haar moeder blijven. Haar moeder zegt “Als je lief bent krijg je straks een ijsje.” Joos begint te huilen en is in paniek als ze meegenomen wordt. Wat er daarna gebeurt weet ze niet zo goed meer, alleen dat er iets onder dwang op haar mond gedrukt wordt.
Als ze wakker wordt, ligt ze in een ander bed. Ze hoort geluiden van kinderen die huilen en ruikt hele vieze, sterke geuren. Waar is haar moeder? Komt ze haar nog halen? Ze hoort een vrouw met rare kleren aan zeggen, “ben je wakker?, “Ja” komt er zachtjes uit haar mond en ze voelt de pijn in haar keel branden. De vrouw trekt in één ruk de dekens van haar af. Ruw begint ze het kind te wassen en aan te kleden en wijst naar een stoel waar ze moet gaan zitten. Dan komt Ria binnen om haar op te halen uit dit ziekenhuis. Kille handelingen, schoenen aan, jas aan en hup mee naar huis en niet zeuren.
Dit is haar eerste herinnering!
Geef een reactie op annemiekeelfers Reactie annuleren