Ongeveer een half jaar nadat ik de diagnose had gekregen ben ik lid geworden van de Parkinsonvereniging. In hun maandblad Parkinsonmagazine zag ik een oproep om mee te doen aan een onderzoek naar erfelijkheidsfactoren bij parkinson. Ik hoefde alleen maar een buisje met wat speeksel op te sturen dus dat was zo gepiept. Hiermee kon men een klein stukje uit de erfelijke code onderzoeken, het GBA1 gen.
Specifiek is er gezocht naar veranderingen in het GBA1 gen en als die aangetoond worden heb je een iets grotere kans om de ziekte van parkinson te ontwikkelen en dat noemen ze een “risicofactor”. Dit is de meest voorkomende genetische risicofactor. Hoewel de meeste mensen met zo’n verandering geen parkinson ontwikkelen en het nooit zullen merken. Dus, stel dat mijn kinderen ook een verandering in het GBA1 gen hebben is de kans dat ze parkinson ontwikkelen nog steeds heel klein. Ik heb bijvoorbeeld 2% kans om parkinson te ontwikkelen en mijn kinderen 4%. Maar daar komen natuurlijk ook omgevingsfactoren bij kijken die een steeds grotere rol spelen. Persoonlijk denk ik dat dit percentage (uit 2017) inmiddels achterhaald is.
Maar het gaat snel met nieuwe inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Inmiddels is bekend dat in Nederland ongeveer 15% van de mensen met parkinson die mutatie heeft terwijl in het buitenland dat tussen de 4% en 12% ligt. Het verschil is groter dan men verwacht had.
Wat doet dit GBA1 gen? Het gen zorgt voor de productie van het enzym glucocerebrosidase, vaak afgekort tot GCase. Als in deze productie een fout optreedt, kunnen de cellen in het lichaam die voor de afvalverwerking zorgen (lysosomen) niet goed hun werk doen. Er zijn aanwijzingen dat er een relatie is tussen de (verminderde) GCase-activiteit en het ontwikkelen van de ziekte van parkinson. Als je dit weet kun je op zoek naar middelen die dit proces tegenhouden en dus de ziekte kunnen afremmen/stoppen. En er is iets gevonden dat werkt! En het is ook nog eens een bestaand medicijn dat al sinds de jaren ’60 wordt gebruikt tegen vastzittend slijm.
Uit recent onderzoek blijkt dat het in hogere doseringen een rol kan spelen in het reactiveren van het GCase-enzym in de hersenen, waardoor men hopelijk kan ingrijpen in het ziekteproces. Dit moet nog verder onderzocht worden. Een grote uitdaging in de geneesmiddelenontwikkeling is om aan te tonen dat een middel daadwerkelijk werkt en ook helpt. Bij neurodegeneratieve aandoeningen zoals parkinson is dat extra uitdagend, omdat mensen inherent aan de aandoening relatief langzaam achteruitgaan, dus moet er ook lang gemeten worden om aan te kunnen tonen dat deze achteruitgang wordt afgeremd.
Inmiddels is het 2024 en het middel wordt al bij mensen getest en de resultaten zijn goed. Bas Bloem zei het een paar jaar geleden al, dit gaan wij nog meemaken!
Eerst nog vijf keer de vuilnisbak buiten zetten!
Geef een reactie op Hanna Reactie annuleren