Categorie: Blog

Wat beleef ik nu

  • Joos 2 jaar


    Haar favoriete plek is onder de tafel, er hangt een lang tafelkleed overheen zodat ze lekker niks kan zien.
    Onbereikbaar voor iedereen, ze ziet alleen af en toe een paar benen die komen en weer gaan. Haar lievelingspop zit erbij, die gaat altijd mee, het is een maatje waar ze tegen kan praten. Haar vader en moeder en grote zus praten bijna nooit, het enige geluid komt van de televisie die altijd aanstaat. Ze is eraan gewend, al is het soms wel hectisch als er meerdere mensen binnen zijn. Aan het geloop om haar heen weet ze dat ze zo gaan eten “Haal haar maar onder de tafel uit, we gaan eten,” zegt haar moeder en ineens grijpt een grote hand haar arm vast. Ze weet inmiddels dat ze beter kan meewerken anders gaat die grote hand pijn doen. Ze klimt op haar stoel en krijgt een schep gekookte aardappelen met jus op haar bord, en een paar sperziebonen. Langzaam draait ze haar hoofd richting de televisie waar geluid vandaan komt maar haar moeder roept, “laat haar eerst eten!” Waarop de grote hand haar stoel omdraait richting haar bord. Ze heeft nog lang gedacht dat “Haar” haar naam was.
    Het is midden in de nacht en Joos wordt wakker gemaakt door haar vader. “Kom eens, we gaan naar beneden, je hebt een zusje gekregen,” hoort ze hem zeggen. “Hoezo, wat is dat?” Ze heeft geen idee maar voordat ze het weet, is ze beneden waar haar moeder in een bed ligt met een pop ernaast. “Laat haar maar even kijken,” zegt haar moeder en Joos loopt langzaam dichterbij. Plotseling begint de pop te krijsen en haar moeder pakt het op. “Ze moet drinken, ga maar even weg, kom straks maar weer kijken.”
    De volgende dag, onder de tafel, zit Joos te luisteren naar alle stemmen om haar heen. Een zusje is door de ooievaar hier gebracht. “Waarom? En hoe dan?” “ Met een doek in zijn snavel waar de baby in zat is hij hierheen gevlogen.” Ze hoort oma binnen komen en ze komt onder de tafel vandaan. “Hallo,” zegt oma, “heb je de baby al gezien? Ze heet Rianne,” zegt oma. Langzaam beweegt Joos haar hoofd heen en weer. “Kom, dan gaan we samen even kijken.” Oma pakt haar hand vast en ze lopen samen naar de kamer waar haar moeder met zusje Rianne in een bed ligt. “Ik weet het niet hoor,” hoort ze haar moeder tegen oma zeggen. “Zal het nog goed komen?” “Heb ik eerst ‘Haar’ gekregen en nou dit weer.” Zonder Joos aan te kijken wijst ze naar de baby. “Nou niet meteen het ergste denken Ria,” zegt oma. “De dokter zegt dat het vaker gebeurt en dat het nog goed kan komen, maar we moeten nu afwachten.”

    Joos naar school 5 jaar

    “Hup,” naar school, je kunt niet de hele dag thuisblijven,” roept Ria tegen Joos. Ze pakt de kinderwagen en zet Rianne erin en maakt het tuigje vast zodat ze er niet uit kan vallen. Lastig dat Rianne nog steeds niet kan lopen. Met haar hand aan de stang van de kinderwagen loopt Joos met haar moeder en zusje naar school. Dit is haar eerste schooldag maar eigenlijk wil ze helemaal niet naar school, ze wil het liefste thuisblijven, onder de tafel. Joos is er weleens binnen geweest om vast te kijken in welk lokaal ze zou komen na de zomer. Het viel haar toen op dat er werd gelachen en naar haar gewezen door andere kinderen. Waarom wist ze in eerste instantie niet, totdat het haar opviel dat het over haar kleren ging.
    Er zijn arbeidsmigranten naar Nederland gekomen, vooral Spanjaarden, Marokkanen en Turken. Aan de andere kant van het kanaal, naast de kerk, woont een groep buitenlanders.
    “Loop daar niet langs,” waarschuwt haar vader altijd. “Die mensen zijn gevaarlijk!” Wat opvalt is dat de vrouwen gekleed gaan in een lange broek met een jurk er overheen en een hoofddoekje op.
    Joos en Rianne worden altijd als meisjes aangekleed. Dat wil zeggen een jurkje met kniekousen eronder. Maar in de winter is het veel te koud om met blote benen buiten te lopen dus doet Ria hen een lange broek aan onder de jurk. Bij de poort aangekomen zegt Ria “tot straks,” en duwt Joos het schoolplein op. Het is al druk en ze ziet groepjes kinderen spelletjes doen. Langs de kant bij de muur blijft ze staan tot de bel gaat. Terwijl ze naar binnen loopt hoort ze achter zich een stem; “Hee, weer een turk!”

  • Vader Rein


    Niet lang na thuiskomst staat de kraamverzorgster al aan de deur. In die tijd moest de kraamverzorgster naast het verzorgen van moeder en kind, ook het huishouden doen en koken. Als ze binnenkomt gaat ze eerst naar Ria en Roos kijken. De borstvoeding komt al een beetje op gang en de kraamverzorgster wil proberen of het lukt om het kind te laten drinken. En daar hoeft Rein niet bij te zijn, die blijft achter in de woonkamer en zet de tv aan. “Heeft uw man al aangifte gedaan van de geboorte van Roos?” vraagt de kraamverzorgster. “Nee,” zegt Ria, “dat gaat hij morgenochtend doen maar hij vindt het moeilijk om de geboortenamen te onthouden.” “Kunt u hem geen briefje meegeven?” “ Dat gebeurt wel vaker hoor,” zegt de verzorgster lachend. Meewarig kijkt Ria haar aan en denkt, Was het maar zo simpel!
    De volgende ochtend is het tijd voor Rein om naar de gemeente te gaan. Hij heeft er geen zin in, maar het is nou eenmaal zijn taak. Ria en Rein hebben nog geoefend met de namen zodat Rein ze kan onthouden, Maria, Rein, Rosa, roepnaam Roos!

    Als Rein naar buiten stapt voelt hij dat de herfst eraan komt. Het waait hard en het miezert. Langzaam kuiert hij richting het gemeentehuis terwijl hij ondertussen de namen herhaalt die hij moet doorgeven. Achter het aangifte-loket treft Rein een vrolijke jonge man die hem hartelijk feliciteert met de geboorte van zijn dochter. “Bedankt,” mompelt Rein, een beetje binnensmonds. De jonge man staat al met zijn pen in de aanslag om de gegevens te noteren in het trouwboekje van Rein en Ria én in het gemeenteregister. Rein noemt alles op wat hij nog weet, de datum, de tijd, het gewicht en de plaats van geboorte. En natuurlijk de voornamen. Een paar keer vraagt de jongeman of Rein het nog een keer wil herhalen, hij kan het niet goed verstaan. Dus Rein mompelt het nog een keer en moet dan zijn handtekening zetten. Keurig maakt hij de lijnen en bochten zoals hij geoefend heeft met Ria en dan krijgt hij het trouwboekje terug en gaat weer op weg naar huis.


    Thuis aangekomen, stommelt Rein de trap op en ploft op de bank en zet de tv aan. Hij hoort de kraamverzorgster boven stofzuigen. Na een half uur hijst hij zich omhoog en gaat naar de kamer waar Ria in haar kraambed ligt. “Hallo,” zegt Ria, “is het goed gegaan?” “Ja,,” mompelt Rein terwijl hij het trouwboekje terug geeft aan Ria die het in haar laatje wil leggen. Op hetzelfde moment valt het boekje open en ziet Ria wat er staat geschreven. Maria, Hein, Josje, roepnaam Joos.

  • Moeder Ria 1965


    “Haal de vroedvrouw, schiet op,” roept Ria naar haar man. De weeën komen nu om de 5 minuten dus hij moet nou echt gaan. Hij doet zijn jas aan en rent de trap af naar buiten. Zenuwachtig haalt hij de fiets van het slot en fietst zo snel mogelijk naar het huis van de vroedvrouw om haar daar met de luide deurbel wakker te maken. Hun eerste kind staat op het punt om geboren te worden en haast is geboden. Gelukkig doet de vroedvrouw snel de deur open en een beetje slaperig kijkt ze Rein aan. “Is het al zover?” “Ik pak even mijn tas en dan kom ik eraan.”
    Ria haalt opgelucht adem als ze Rein met de vroedvrouw de trap op hoort komen, ze is blij dat ze niet meer alleen is. De ervaren vroedvrouw begint meteen met een snelle controle van moeder en kind. Ze luistert aandachtig naar de hartslag van de baby, met een soort trechter op Ria’s buik. “Dat klinkt
    goed hoor, mevrouw,” knikt ze geruststellend en zet haar handen op de buik om te voelen waar het kindje precies ligt. “Goh, nog steeds niet gedraaid, dat gaat niet lukken zo” zegt ze zachtjes. Ze kijkt Ria aan en die ziet in haar ogen dat ze het meent. “Het is beter om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te gaan,” zegt de vroedvrouw en even komt er paniek opzetten bij Ria. “Oh nee!” En ze begint spontaan te hyperventileren.


    De ambulance is er snel en binnen 10 minuten ligt Ria in de verloskamer van het ziekenhuis. De dokter komt binnen en begint te mompelen met de zusters. Ineens staat hij aan het bed en zegt “het gaat helemaal goed komen hoor,” ik kom over een half uur weer terug.” Een zuster blijft bij haar om regelmatig de voortgang te checken. Ze denkt aan haar ouders die op het punt staan om opa en oma te worden. Het was voor Ria een opluchting dat ze na haar huwelijk met Rein in de bovenwoning kon gaan wonen, haar ouders bleven, met wat aanpassingen, in de benedenwoning. Voor Rein is het niet gemakkelijk. “Ze bemoeit zich overal mee,” hoort ze hem regelmatig zeggen. Maar Ria, als enig kind, is nu toch wel blij met de oppassen, wat ze kunnen doen. De uren verstrijken en het lukt zelfs nog om af en toe een beetje te slapen. En als het licht wordt voelt ze dat de baby snel gaat komen. De dokter komt steeds vaker even checken hoe het gaat. Maar gelukkig verloopt de bevalling voorspoedig en om 10.30 uur in de ochtend wordt hun eerste dochter geboren.


    Ze wordt naar de zaal gebracht waar ze ongestoord moet kunnen uitrusten, wordt haar gezegd, voordat ze weer naar huis mag. Zoals gebruikelijk wordt de pasgeborene door de zuster naar de babykamer gebracht om gewassen en aangekleed te worden. In de babykamer is het stil, er liggen meerdere baby’s die de afgelopen dagen zijn geboren, rustig te slapen. Bij het aankleden begint de eerste dochter keihard te krijsen en te huilen en het duurt dan ook niet lang voordat er meer baby’s wakker worden. Een andere zuster komt binnen om de wakker geworden kindjes te sussen en na een half uurtje is de rust wedergekeerd in de babykamer en de eerste dochter wordt in een bedje gelegd. Netjes in een rij. Het voelt een beetje warm aan van de kruik die er net in heeft gelegen. Het naambordje is nog leeg dus daar schrijft de zuster meteen de naam van de eerste dochter op, Roos!


    De volgende ochtend is het druk en hectisch in de zalen. Er zijn een aantal vrouwen die blijkbaar tegelijkertijd moeten bevallen. Maar op de zaal zijn er ook moeders die snel borstvoeding moeten geven. Twee zusters, allebei met een baby op de arm, komen Ria’s richting op. Haar buurvrouw moet blijkbaar ook gaan voeden. De zusters leggen de baby’s bij beiden neer en Ria zegt spontaan; “deze is toch niet van mij?” Geschrokken kijkt iedereen op en de zusters zeggen allebei, “o sorry, dat klopt,” en ze pakken de baby’s weer op om ze vervolgens bij de juiste moeder te leggen.
    Het zit Ria niet lekker. “Rein, ik vertrouw het niet, zo ga ik niet naar huis, Ik moet het zeker weten.” “Och dat zal toch niet?” Zegt Rein. “Jawel, ik wil een bloedonderzoek.” De vrouw naast haar kijkt Ria vreemd aan. “Het klopt wél hoor, ik herken echt mijn eigen kind wel.” Maar Ria blijft erbij. “Rein, haal de dokter.” Mmmm bromt Rein en verdwijnt naar de gang. Als hij na 10 minuten terugkomt ziet Ria al aan zijn gezicht dat het niet gelukt is. “De dokter vindt het onzin, ze weten zeker dat de baby’s niet verwisseld zijn.” Inmiddels staat de ‘buurvrouw’ al klaar om naar huis te gaan. “Maak je niet zo druk” zegt ze en draait zich om en verdwijnt door de deur.


    Later op de ochtend wordt het sein gegeven dat Ria en Roos naar huis mogen. De dienstdoende zuster doet de baby alvast een jasje aan, het is bijna herfst en soms voelt het al best fris aan buiten. Lekker warm wordt het kindje ingestopt in de kinderwagen met een extra kruik erbij.
    De taxi is gebeld want naar huis lopen is ten strengste verboden en thuis moet Ria nog 10 dagen in bed blijven om te herstellen.

  • Moeder Ria, heden en verleden


    Veel te vroeg is Ria wakker geworden en vannacht heeft ze ook al uren in haar bed liggen woelen. Dat allemaal om iets wat ze allang weet. Ze heeft toegestemd in de test omdat “haar” dochter Joos het persé wilde en de arts erop aandrong. “Het is beter om zekerheid te hebben voor eventuele vervolgstappen,” had hij gezegd. Na al die jaren hoeft het voor haar eigenlijk niet meer, en Rein kan het ook geen barst schelen. Die heeft nooit een eigen mening. Wat denken ze dat ze nog niet weet? Ze was er toch zelf bij? Misschien toch maar afzeggen vanmiddag? Wat kan haar die Joos schelen? Ria heeft haar nooit begrepen en had een hekel aan het zwarte schaap, altijd al gehad! Maar goed, ze zou wel zien hoe de dag verloopt.


    Ria 1944


    Het is 1944, het is koud en iedereen heeft honger. “Kom eens,” zegt de moeder van Ria terwijl ze door het raam naar buiten loert. Langzaam loopt ze naar haar moeder toe die het gordijn een beetje opzij doet zodat ze makkelijker naar buiten kan kijken. “Kijk daar eens, zie je die auto daar?” Ria kijkt naar buiten en ziet een auto staan die ze vaker gezien heeft. Iets verderop staan een paar mannen met laarzen aan. Haar vader noemt ze altijd “die rotmoffen,” maar ze weet nog niet zo goed wat dat betekent. Volgens haar vader zijn het “bezetters” of zoiets en dat zijn slechte mensen. “Daar achterop de auto ligt een tas, zie je dat?” Ja, die ziet ze wel. “Jij gaat nu naar buiten om die tas te pakken en zorg dat je niet gezien wordt, heb je dat begrepen?” Zegt haar moeder. “Maar het is glad buiten,” protesteert ze nog, maar ze wordt ruw bij haar mouw gepakt en zonder pardon naar buiten gezet. “Schiet op,” sist haar moeder haar na en zo snel als ze kan loopt Ria naar de auto en pakt de tas. Het lukt om ongezien weer terug te komen en zodra ze binnen is wordt de tas ruw uit haar handen getrokken. “Zie je wel, er zit eten in,” zegt haar moeder, terwijl ze er een paar hompen brood uitpakt. “Goed gedaan meisje.”

    Na de oorlog moet Ria naar de Huishoudschool. “Wat denk jij anders te gaan doen later?” Vraagt haar moeder. “Vroeg of laat ga je trouwen en wordt je huisvrouw, dat is nou eenmaal zo.” “En dan moet je wel kunnen koken en naaien om voor je man te zorgen.” Ze heeft het erg naar haar zin op de Huishoudschool, ze heeft een paar vriendinnen en voelt zich gelukkig. Als ze zelf ook kinderen krijgt, stuurt ze haar dochters ook naar de Huishoudschool, neemt ze zich voor.
    Als Ria 18 jaar wordt, mag ze uitgaan van haar ouders. Haar nichtjes gaan mee naar de danszaal maar ze durven niet zoveel en staan een beetje verlegen aan de kant. Een groep militairen, die net buiten de stad in de kazerne verblijft, is ook een avondje uit. Zo te zien vermaken ze zich prima en ze staan een beetje lacherig naar de meiden te kijken. Plotseling komen vier mannen op hen af en ieder van hen pakt een meisje bij de hand en neemt haar mee de dansvloer op. Houterig probeert ze de pasjes die haar moeder haar geleerd heeft, want zo hoort het, zegt haar moeder altijd. Maar Jan, haar militair, vindt het veel leuker om Ria dicht tegen zich aan te drukken en af en toe zacht te kussen in haar nek. Als de danszaal dicht gaat is het tijd om naar huis te gaan maar Jan laat haar niet los. “Kom je volgende week weer?” vraagt hij, en geeft haar een innige kus. “Ja,” zegt ze zachtjes. En zo wacht Ria iedere week weer op het moment dat ze haar militair kan zien en ze wordt smoorverliefd.
    “Dat is toch niks voor jou, die militair,” hoort Ria haar moeder regelmatig zeggen. “Jij kunt toch wel wat beters krijgen.” Maar Ria houdt vol, ze wil bij Jan blijven. Ze weet best dat haar ouders iemand anders op het oog hebben en haar moeder blijft daarover zeuren. Omdat ze enig kind is willen ze
    zich daarmee blijven bemoeien. Maar ze weet zeker dat Jan de ware is. De schok is dan ook groot als hij aankondigt dat zijn tijd erop zit en hij terug moet naar de kazerne in het noorden van het land. Ria is kapot van verdriet, maar dan weet ze nog niet dat het niet zover zal komen. Want 2 weken later, als Ria bij de huisarts is voor haar buikpijn, hoort ze hem zeggen, “U bent zwanger, mevrouw!”


    Haar moeder is in alle staten, “Wat heb je nou toch gedaan?” jammert ze. “Je bent een schande voor de buurt, hoe moeten we dit oplossen?” En meteen er achteraan, “Dan moet je maar trouwen , en zo snel mogelijk zodat niemand het door heeft.” En zo neemt het leven van Ria opeens een grote wending, datum wordt geregeld, bruidsjurk gekocht en er wordt ruimte in huis gemaakt waar het kersverse echtpaar kan wonen.
    Ria beleeft in dat jaar een zeer gelukkige tijd met Jan en ze kijken uit naar de bevalling die zich al snel aandient. De zwangerschap is goed gegaan en volgens de dokter komt het kindje mooi op tijd. De baby wordt geboren in het ziekenhuis maar ze heeft hem niet mogen zien. “Het is een jongetje,” zegt de zuster. “Dood geboren.” “Het is beter voor de verwerking dat u hem niet ziet!”
    Later hoort Ria dat het kindje is begraven. In ongewijde grond, waar een ongedoopte hoort.


    Een jaar later


    Ria voelt zich eenzaam. Jan heeft besloten terug te gaan naar het noorden van het land. De scheiding is al rond. Op een avond zegt haar vader plotseling “we krijgen vanavond visite van mijn collega, Rein, een aardige vent.” Haar moeder blijft strak voor zich uit kijken en zegt; “Ga eens met hem uit, ik denk dat hij wel bij jou past.”
    Ria vindt er niks aan maar ze gaat wel een keer met Rein dansen, omdat haar ouders dat graag willen. Maar één keer dan, want ze kan haar militair nooit vergeten.
    Ze hoort nooit meer iets van haar militair en haar moeder zegt “Hij is allang met een ander getrouwd hoor, vergeet hem nou.” “Rein heeft al werk en verdient goed, dat is goed voor je toekomst. Probeer het nou maar.” “Anders denken de mensen nog dat je een ouwe vrijster bent als je ongetrouwd blijft.”
    En zo heeft Ria toegegeven dat ze beter kan trouwen met Rein. Met het inkomen van Rein kunnen ze goed leven, dat komt vast allemaal goed!


  • Joos heden


    Langzaam opent Joos haar ogen en ziet een straaltje zonlicht door een spleet in de gordijnen naar binnen vallen. Ze voelt zich brak door het slechte slapen van deze nacht, de spanning is te groot. Gisterenavond heeft ze nog een wandeling gemaakt. Het was een heerlijke warme zomeravond en er waaide een licht verkoelend briesje dat voor een beetje afkoeling zorgde. De zonsondergang was prachtig met afwisselend oranje en roze kleuren.
    Door de spanning kan ze ook al geen hap door haar keel krijgen, ze kiest voor een ontbijt met alleen een kopje koffie. Veel te vroeg zit ze gedoucht en aangekleed te wachten om te gaan. Haar gedachten glijden even over de jaren die zijn verstreken. Ze was een kind, te klein om alles te begrijpen maar ze voelde wel dat er iets niet klopte. En haar moeder liet ook geen kans onbenut om het haar in te wrijven. “Je bent niet van mij!”
    Ze heeft nog wat oude foto’s van zichzelf als baby en peuter. Er valt steeds één ding op, op elke foto is een huilend of krijsend kind te zien. Huilen in de box, huilen bij haar moeder op schoot, huilen in de kinderwagen. Maar eerlijk is eerlijk, toen ze klein en hulpeloos was, heeft haar moeder haar wel verzorgd en eten gegeven en niet aan haar lot overgelaten.
    Haar moeder was vanaf het begin overtuigd van haar gelijk, ze heeft nooit getwijfeld. En Joos? Zij heeft altijd getwijfeld, of eigenlijk ook weer niet. Zij was ook overtuigd van háár gelijk, hoe ouder ze werd en hoe meer informatie ze vergaarde. Het plaatje werd voor haar steeds duidelijker. Dat is dan ook een van de redenen geweest dat Joos na de middelbare school Orthopedagogie wilde studeren om zich als gespecialiseerd opvoedkundige, te gaan verdiepen in allerlei opvoedingsvragen bij probleemgezinnen. Wat is aangeleerd en wat is aangeboren gedrag? Haar moeder zei altijd “als je voor een dubbeltje geboren bent kun je nooit een kwartje worden.” En dat heeft Joos altijd onzeker gemaakt, stel nou dat dit echt zo is? Zou ze dan altijd alleen maar dialect kunnen praten en zich altijd schamen voor haar afkomst?
    Die studie is een schot in de Joos geworden. En vooral de ontmoeting met haar mentor betekende een omslag in haar leven. Samen zijn ze op zoek gegaan naar antwoorden en vandaag zal er in ieder geval één antwoord gegeven worden.


    Joos 2,5 jaar


    Iedere middag gaan ze naar buiten, even een wandelingetje maken. Dat is een advies van het consultatiebureau aan jonge moeders, in die tijd, in het kader van de volksgezondheid. Aan de hand van haar moeder loopt Joos nietsvermoedend door de straten, de kinderwagen is mee voor het geval ze moe wordt, ze is immers pas 2,5 jaar. De zon schijnt maar toch hangt er een dreigende sfeer, ze voelt de donkere blik van haar moeder! Ze lopen door de straat met de hoge bomen, waar de wind door de bladeren ruist. Aan de rechterkant ziet Joos een groot huis langzaam van achter het groen tevoorschijn komen. Aan elk raam hangt een zonnescherm, allemaal in dezelfde kleur, zeker wel een stuk of tien, netje in een rij. Ze gaan richting de ingang en piepend zwaait een zware, houten deur open en komen ze binnen in een ruimte met banken waar mensen zitten te wachten. Op de vloer liggen zwart-wit tegels in een ruitpatroon.
    Wat ze daar gaat doen weet ze dan nog niet, misschien heeft haar moeder het wel gezegd maar is ze nog te jong om het te begrijpen. Er ligt speelgoed op de tafels en ze vermaakt zich met een tekening die ze binnen de lijntjes probeert in te kleuren. Daar is Joos goed in, ze doet heel erg haar best en het lukt steeds beter. Dan ineens gaat er een deur open en er komen vrouwen met allemaal dezelfde kleren aan de ruimte in gelopen. Een van hen pakt haar hand en zegt, “kom maar met mij mee.” Dat wil Joos niet, ze wil bij haar moeder blijven. Haar moeder zegt “Als je lief bent krijg je straks een ijsje.” Joos begint te huilen en is in paniek als ze meegenomen wordt. Wat er daarna gebeurt weet ze niet zo goed meer, alleen dat er iets onder dwang op haar mond gedrukt wordt.
    Als ze wakker wordt, ligt ze in een ander bed. Ze hoort geluiden van kinderen die huilen en ruikt hele vieze, sterke geuren. Waar is haar moeder? Komt ze haar nog halen? Ze hoort een vrouw met rare kleren aan zeggen, “ben je wakker?, “Ja” komt er zachtjes uit haar mond en ze voelt de pijn in haar keel branden. De vrouw trekt in één ruk de dekens van haar af. Ruw begint ze het kind te wassen en aan te kleden en wijst naar een stoel waar ze moet gaan zitten. Dan komt Ria binnen om haar op te halen uit dit ziekenhuis. Kille handelingen, schoenen aan, jas aan en hup mee naar huis en niet zeuren.
    Dit is haar eerste herinnering!

  • Regen

    Regen is als miezer, heel zachtjes en sprankelend op haar huid. Maar het zijn ook dikke druppels die zich vaak, samen met de wind, als een douche over haar uitstorten. Soms is het er ineens, maar je kunt het ook van ver zien aankomen en als het er is, kan het ook lang blijven hangen. Het veroorzaakt grote plassen, kleine plassen, overstromingen en is altijd onbetrouwbaar. In de zomer voelt het als een verfrissende bui na een hete dag en in de winter, in de donkere dagen, krijg je er koude rillingen van. Zolang ze zich kan herinneren houdt zij al van de regen, van het gevoel van geborgenheid door de buien om haar heen, het even kunnen verdwijnen in een andere wereld.
    Joos wil nu ook verdwijnen als haar vader, uit onmacht, weer klappen uitdeelt aan degene die het dichts bij hem in de buurt zit. Zij staat snel op, hengelt in de gang haar jas van de kapstok en stormt de steile trap af. Beneden doet ze haar jas aan terwijl ze tegelijkertijd de deur opentrekt en ze loopt zo hard ze kan de straat uit en de hoek om. Ze glijdt bijna uit als ze de fabrieksarbeiders probeert te ontwijken die op weg zijn naar de kroeg. Vieze kerels vindt ze het die haar sissend nastaren. Joos gaat pas langzamer lopen als ze de winkelstraat bereikt, met haar verlichte etalages en portieken, waar ze even kan bijkomen. Als ze dan omringd wordt door de regen voelt ze zich zo veilig en geborgen, het werkt troostend en helend, zalig gewoon.
    ’s Avonds in haar koude bed op de koude zolder, direct onder de lekkende dakpannen, kan ze pas slapen als de regen op het zolderraampje tikt en ze het gejengel van haar zusje niet meer hoeft te horen.

  • Zoete Regen deel 1

    Hoe belangrijk is het voor je opvoeding dat je ouders je steunen en begeleiden? Hoe belangrijk is het hoe intelligent je bent of uit welke sociale klasse je komt? Hoe belangrijk is Je karakter en doorzettingsvermogen en wie de mensen om je heen zijn?
    Nurture of Nature?


    Lees dit verhaal van Joos, die opgroeit in een gezin waar ze zich niet thuis voelt. Haar moeder heeft haar vanaf het begin verteld dat ze vast verwisseld moet zijn in het ziekenhuis, vlak na haar geboorte. Joos denkt dat dit waar is want waarom is de familie zo anders dan zijzelf?
    Joos leert met vallen en opstaan om zich staande te houden in het gezin en op school. Ze kiest al jong voor haar eigen leven met haar eigen keuzes. Ongewild creëert Joos een parallelle wereld, er is een wereld thuis en er is een wereld op school en later een werkkring. De ene wereld weet niet dat de andere bestaat.
    Totdat zich een kans voordoet om een DNA-test af te nemen. Ze kan nu zomaar zekerheid krijgen over de achtergrond van haar bestaan. Eindelijk! Of toch niet? Wat ga je dan doen met die zekerheid? Hoe belangrijk is dat nog als je inmiddels volwassen bent en gelukkig bent met je bestaan?

  • Zoete Regen Intro

    Hallo allemaal,

    Het is een tijdje rustig geweest zodat jullie goed konden bijkomen van al die verhalen.

    Natuurlijk word ik ook gemist, ahum, dat hoor ik via betrouwbare bronnen.

    Nou heb ik nog iets liggen wat ik al eerder geschreven heb en ook een boekje van heb gemaakt. Een paar mensen hebben het al een keer gelezen, sorry daarvoor. Maar de meerderheid niet!

    Daarom vanaf nu Zoete Regen, iedere week weer een hoofdstuk zodat je goed de zomer doorkomt. Ik hoor het wel van je er van vindt.

    Liefs Hanna

  • Drie organisaties, één doel

    website parkinsonvereniging, Nickie van der Wulp, directeur

    De samenwerking met Natuur & Milieu en FNV belicht de verschillende schadelijke kanten van pesticiden. “Iedere organisatie brengt een uniek perspectief,” zegt Nickie. “De Parkinson Vereniging kijkt naar de langetermijngevolgen op de gezondheid van blootstelling aan pesticiden, terwijl FNV opkomt voor de rechten van werknemers die vandaag de dag met deze stoffen in aanraking komen. Natuur & Milieu richt zich op de impact op de natuur en biodiversiteit. Samen bereiken we verschillende doelgroepen en spreken we de overheid vanuit meerdere invalshoeken aan.”

    Ook politiek gezien biedt samenwerking meer slagkracht. “Elke organisatie heeft een andere relatie met beleidsmakers en kan invloed uitoefenen op verschillende niveaus. Door samen op te trekken, vergroten we de kans op daadwerkelijke verandering.”

    Een persoonlijke missie

    Voor Nickie van der Wulp is PesticideVrij-Dag meer dan alleen een campagne. “Ik zie dagelijks de impact van parkinson. Het gaat niet alleen om bewegingsproblemen, maar ook om cognitieve achteruitgang, slaapproblemen en depressies. Hoe langer iemand parkinson heeft, hoe zwaarder de ziekte wordt. Het is een heel nare ziekte, voor de mensen met parkinson zelf, maar ook voor de naasten die machteloos moeten toezien hoe hun geliefde achteruit gaat.”

    Het idee dat pesticiden nog steeds toegestaan zijn terwijl ze mogelijk bijdragen aan het ontstaan van parkinson, vindt zij onacceptabel. “In een land als Nederland moet je erop kunnen vertrouwen dat toegestane middelen veilig zijn. We mogen niet wachten tot er onweerlegbaar bewijs is; we moeten nu handelen.”

    Onderteken de petitie

    Met PesticideVrij-Dag roepen de drie organisaties burgers en beleidsmakers op om in actie te komen. “Voor iedereen die ooit zonder het te weten is blootgesteld aan schadelijke pesticiden, voor de huidige en toekomstige generaties: laten we samen zorgen voor een veiliger, gezonder Nederland.”

    Onderteken de petitie;

    Bescherm onze gezondheid en natuur met minder bestrijdingsmiddelen – Petities.nl

  • De wondere wereld

    En dan heb ik het niet over wat er allemaal nu gebeurt in de wereld. Dat proberen we te negeren of te vergeten want anders hebben we nu al geen leven meer. Of ik moet de Jehova’s van vorige week, die aan de deur stonden, even terugbellen want die geloven dat we weer terugkomen. Als we uitverkoren zijn natuurlijk, nee niet zomaar! Daar moet je blijkbaar wel iets voor doen.

    Nee, ik heb het over de techniek van de DBS stimulator. Ik heb al maanden pijn in beide benen en daar komen ook vaak nog krampen bij. Het is echt verschrikkelijk, er zijn dagen dat ik denk dat het nooit meer overgaat. Dat ik nooit meer de trap normaal op kan of kan autorijden. Want als ik mijn voet op het gaspedaal zet schiet de kramp in de kuiten. Beetje linke soep!

    Eerst zei de neuroloog dat hij het niet herkende, blijkbaar ben ik de eerste in Tilburg . Daarna zijn er door onderzoek andere zaken uitgesloten en kwamen we toch weer bij de Parkinson. Gisteren heeft de Parkinsonverpleegkundige, die dit in 8 jaar tijd ook nooit heeft gezien, op mijn stimulator een ander programma gezet. Nu worden er meerdere punten tegelijk aangestuurd en de impulsen worden ook in de breedte langer aangehouden.

    Ik was gisteren net een robot die aangestuurd werd. Door de gang lopend werden er punten bij of af gehaald en kon ik mijn voet hoger of lager neerzetten. Ondertussen stond mijn man gezellig te kleppen met de verpleegkundige over “de man van 6 miljoen”, niet in de gaten hebbend dat het meisje te jong is om van deze tv serie te weten.

    Zonder pijn en beter lopend ging ik naar huis. Met voorzichtig de hoop dat dit gaat werken en het een keer stopt. Volgens de arts zijn mijn spieren langdurig overprikkeld geweest door teveel medicijnen, en daardoor ben ik teveel overbeweeglijk geweest. Hij is ervan overtuigd dat dit de oplossing is.

    Vanochtend was ik bij de fysio, kramp in mijn kuiten en mijn tenen. Vraagt zij heel eigenwijs “Hoe weten ze nou dat dit de oplossing is als ze het nog nooit gezien hebben.” Tja, daar heeft ze wel een punt. Nou, laat ik maar een komma zetten en kijken hoe het gaat de komende week.

    Ben benieuwd!