Haar favoriete plek is onder de tafel, er hangt een lang tafelkleed overheen zodat ze lekker niks kan zien.
Onbereikbaar voor iedereen, ze ziet alleen af en toe een paar benen die komen en weer gaan. Haar lievelingspop zit erbij, die gaat altijd mee, het is een maatje waar ze tegen kan praten. Haar vader en moeder en grote zus praten bijna nooit, het enige geluid komt van de televisie die altijd aanstaat. Ze is eraan gewend, al is het soms wel hectisch als er meerdere mensen binnen zijn. Aan het geloop om haar heen weet ze dat ze zo gaan eten “Haal haar maar onder de tafel uit, we gaan eten,” zegt haar moeder en ineens grijpt een grote hand haar arm vast. Ze weet inmiddels dat ze beter kan meewerken anders gaat die grote hand pijn doen. Ze klimt op haar stoel en krijgt een schep gekookte aardappelen met jus op haar bord, en een paar sperziebonen. Langzaam draait ze haar hoofd richting de televisie waar geluid vandaan komt maar haar moeder roept, “laat haar eerst eten!” Waarop de grote hand haar stoel omdraait richting haar bord. Ze heeft nog lang gedacht dat “Haar” haar naam was.
Het is midden in de nacht en Joos wordt wakker gemaakt door haar vader. “Kom eens, we gaan naar beneden, je hebt een zusje gekregen,” hoort ze hem zeggen. “Hoezo, wat is dat?” Ze heeft geen idee maar voordat ze het weet, is ze beneden waar haar moeder in een bed ligt met een pop ernaast. “Laat haar maar even kijken,” zegt haar moeder en Joos loopt langzaam dichterbij. Plotseling begint de pop te krijsen en haar moeder pakt het op. “Ze moet drinken, ga maar even weg, kom straks maar weer kijken.”
De volgende dag, onder de tafel, zit Joos te luisteren naar alle stemmen om haar heen. Een zusje is door de ooievaar hier gebracht. “Waarom? En hoe dan?” “ Met een doek in zijn snavel waar de baby in zat is hij hierheen gevlogen.” Ze hoort oma binnen komen en ze komt onder de tafel vandaan. “Hallo,” zegt oma, “heb je de baby al gezien? Ze heet Rianne,” zegt oma. Langzaam beweegt Joos haar hoofd heen en weer. “Kom, dan gaan we samen even kijken.” Oma pakt haar hand vast en ze lopen samen naar de kamer waar haar moeder met zusje Rianne in een bed ligt. “Ik weet het niet hoor,” hoort ze haar moeder tegen oma zeggen. “Zal het nog goed komen?” “Heb ik eerst ‘Haar’ gekregen en nou dit weer.” Zonder Joos aan te kijken wijst ze naar de baby. “Nou niet meteen het ergste denken Ria,” zegt oma. “De dokter zegt dat het vaker gebeurt en dat het nog goed kan komen, maar we moeten nu afwachten.”
Joos naar school 5 jaar
“Hup,” naar school, je kunt niet de hele dag thuisblijven,” roept Ria tegen Joos. Ze pakt de kinderwagen en zet Rianne erin en maakt het tuigje vast zodat ze er niet uit kan vallen. Lastig dat Rianne nog steeds niet kan lopen. Met haar hand aan de stang van de kinderwagen loopt Joos met haar moeder en zusje naar school. Dit is haar eerste schooldag maar eigenlijk wil ze helemaal niet naar school, ze wil het liefste thuisblijven, onder de tafel. Joos is er weleens binnen geweest om vast te kijken in welk lokaal ze zou komen na de zomer. Het viel haar toen op dat er werd gelachen en naar haar gewezen door andere kinderen. Waarom wist ze in eerste instantie niet, totdat het haar opviel dat het over haar kleren ging.
Er zijn arbeidsmigranten naar Nederland gekomen, vooral Spanjaarden, Marokkanen en Turken. Aan de andere kant van het kanaal, naast de kerk, woont een groep buitenlanders.
“Loop daar niet langs,” waarschuwt haar vader altijd. “Die mensen zijn gevaarlijk!” Wat opvalt is dat de vrouwen gekleed gaan in een lange broek met een jurk er overheen en een hoofddoekje op.
Joos en Rianne worden altijd als meisjes aangekleed. Dat wil zeggen een jurkje met kniekousen eronder. Maar in de winter is het veel te koud om met blote benen buiten te lopen dus doet Ria hen een lange broek aan onder de jurk. Bij de poort aangekomen zegt Ria “tot straks,” en duwt Joos het schoolplein op. Het is al druk en ze ziet groepjes kinderen spelletjes doen. Langs de kant bij de muur blijft ze staan tot de bel gaat. Terwijl ze naar binnen loopt hoort ze achter zich een stem; “Hee, weer een turk!”

