De eerste dag dat Joos naar de MAVO gaat, is de dag dat Elvis Presley dood is gegaan. Nou, dat zegt de juf die het eerste uur les komt geven want Joos heeft geen idee wie Elvis Presley is. Daarna heeft Joos natuurlijk alles op tv gezien en toen begreep ze wel dat het een bijzondere man was geweest. Gek he, dat een mens dit dan onthoudt. In de eerste klas heeft Joos niet echt vriendinnen, ze vindt het best moeilijk om contact te maken. Af en toe in de pauze gaat ze bij twee meisjes staan en luistert gewoon wat ze zeggen. Ze zijn wel oké, en ook heel gewoon, niet van die tuttebellen.
Op een dag zit iedereen in de klas en we kijken uit op het plein voor de school. Toevallig, want we moesten per les van lokaal wisselen dus we zaten steeds ergens anders in het gebouw. Op die middag dus aan de voorkant. Nieuwsgierig kijkt Joos naar buiten, ze dwaalt een beetje af. Dan ziet ze een jongen met een fiets en een jerrycan aan komen lopen. Hij zet zijn fiets tegen een boom en gooit de jerrycan leeg over zich heen en steekt het aan. Whoeeem, die jongen staat helemaal in de fik. Voorbijgangers en personeel van school snellen toe om met een deken het vuur te blussen.
De les is meteen afgelopen, een paar meisjes zitten te huilen, één drama-queen ligt zelfs op de grond te snikken. Al snel gaat een gerucht de ronde dat die jongen verkering heeft gehad met een meisje uit de hoogste klas en die heeft het pas uitgemaakt. Daarom heeft hij ook bewust gekozen om het voor het schoolgebouw te doen. De volgende dag leest Joos in de krant dat de jongen het niet heeft overleefd.
Joos is geen prater, maar ze is wel in shock. Ze ziet steeds een persoon zijn benen bewegen met allemaal vlammen eromheen. Als ze thuiskomt zijn er alleen maar op sensatie beluste opmerkingen. “Hoe ging dat dan precies?” en “Hoe lang brandde het vuur?”
Die nacht slaapt Joos niet, ze zien steeds die jongen voor zich. Sterker nog, die ziet ze nog jaren voor zich alsof hij echt op haar netvlies staat.

Plaats een reactie