Joos basisschool

Vandaag is het woord ‘markt’ aan de beurt. De leraar maakt er een thema van; “wat zie je allemaal op de markt?” Joos steekt haar vinger in de lucht en de leraar zegt; “Joos, zeg het maar.” “Wat is markt?” Vraagt ze. Achter zich hoort ze al gegrinnik en gesis van andere meiden en ze wordt rood tot achter haar oren. Ze heeft al spijt dat ze het gevraagd heeft, ze schaamt zich dood. Vorige week wilden de meiden waar ze zo graag bij wil horen, ook al niet met haar spelen. Maar de leraar blijft rustig staan en vertelt over de kraampjes waar je eten kunt kopen. “Daar ben je vast weleens geweest, toch?” Natuurlijk kent ze dat, dat is toch de mert?

Na de les vraagt de leraar of Joos nog even wil blijven. Heb ik iets verkeerds gedaan? Denkt Joos, die altijd heel goed haar best doet om geen fouten te maken en keurig doet wat er van haar gevraagd wordt. Maar de leraar vraagt haar alleen maar waar ze woont en wat haar vader en moeder doen en of ze broertjes of zusjes heeft.

Hoe ouder Joos wordt hoe meer ze zich een vreemde voelt in de klas. Soms lijkt het wel of ze van een andere planeet komt. Laatst vertelde een paar kinderen wat ze doen als ze thuis komen uit school. De één gaat naar hockeyles en de ander heeft muziekles. Joos vindt dat allemaal super interessant, dat wil ze ook wel. Ook al weet ze niet wat het precies is. Ze zal vanavond aan haar moeder vragen of ze ook op muziekles mag. Voor een nieuwe opdracht vraagt de leraar of iedereen een tijdschrift wil meebrengen. De bedoeling is dat ze dan plaatjes gaan zoeken en uitknippen om ze bij het werkstuk te plakken. Joos vraagt wat een tijdschrift is en iedereen in de klas begint te lachen. Daar heb je die stomme turk van een andere planeet weer.

In de laatste klas gaan ze op kamp en Joos wil niet mee. Ze is een buitenstaander die altijd uitgelachen wordt dus waarom zou ze meegaan. Ook het toestemmingsformulier hebben haar ouders niet getekend, het kan haar niks schelen. De onderwijzer die vaker met haar gesproken heeft over thuis, vraagt ernaar. “Heb je het formulier niet mee teruggenomen?” En Joos antwoordt; “ik heb het formulier aan mijn vader gegeven maar die kan niet lezen.”

Einde basisschool
De Citotoets is in zicht en daarmee ook het oordeel van de leraar. Joos hoort leerlingen tegen elkaar praten in de klas. “Ik ga zeker naar de HAVO,” zegt de één. “Echt?,” ik ga naar het Atheneum, mijn broertje zit daar ook,” zegt de ander. Joos wil dat ook graag, ze is nieuwsgierig en wil graag studeren, want ze heeft gehoord dat je dan een goede baan kunt vinden en veel geld verdienen. En dan kan ze snel weg en lekker op een eigen kamer gaan wonen.
Op de laatste ouderavond, haar ouders moesten nu wel mee, hoort Joos de leraar zeggen; “Uw dochter zal het echt goed doen op de MAVO,” dat is een goede school voor haar. “O,” is het enige wat haar ouders kunnen uitbrengen. En Ria voegt er nog aan toe; “Is het niet beter dat ze naar de Huishoudschool gaat?” “Dat is toch wat ze moet gaan doen, later.” “Nee hoor,” zegt de leraar. “Laat Joos maar wat helpen thuis, dan komt het heus wel goed.”

Reacties

Plaats een reactie