De schoolbel galmt door de gangen bij de klaslokalen, het is tijd om naar huis te gaan. Meteen duwen twee meisjes die achter Joos zitten, haar opzij en roepen, ga eens aan de kant, Turk” ! Achter de groep aan komt Joos naar buiten waar haar moeder, met zusje Rianne in de wandelwagen, al bij de poort staat te wachten. Haar moeder staat te praten met een paar andere moeders. Als ze dichterbij komt hoort ze haar moeder zeggen; “Na drie jaar zou ze meer moeten kunnen, de ontwikkeling blijft achter. Ze had al moeten praten en lopen maar ze denken dat ze ongelukkig is.” Pas veel later komt Joos erachter dat in de volksmond “ongelukkig zijn” betekent dat iemand geestelijk en/of lichamelijk gehandicapt is. Dat Rianne “ongelukkig” is zou best wel eens kunnen want iedere nacht ligt ze te krijsen. Joos wordt er soms ook ongelukkig van want Joos en Rianne slapen samen op één kamer. Haar ouders komen niet eens kijken, die slapen gewoon door. Joos weet inmiddels dat Rianne rustig wordt als ze tegen haar gaat praten, hele nachten vertelt ze verhalen totdat ze weer slaapt. Of ze het begrijpt, weet Joos niet want Rianne kan geen woorden vormen, alleen wat geluiden uitstoten. Volgens haar moeder is dit ook de reden dat ze niet met Joos naar dezelfde school kan. Rianne moet naar een speciale school omdat ze niet kan leren lezen en schrijven, zo heeft haar moeder haar verteld. Ze gaan dan kijken wat ze wél kan leren!
Paar jaar later
Het is zondag en het hele gezin loopt over het pad in de bossen naar het grote huis. Ze gaan Rianne wegbrengen naar haar nieuwe school. Op het bord boven de ingang staat “Observatiecentrum De Hoge Duinen.” Joos leest het langzaam ob-ser-va-tie-cen-trum. Wat is dat? Ze komen binnen in een grote, hoge hal met een imposante trap in het midden. Rechts zit een mevrouw bij een loket en vraagt waar ze voor komen. “Ahh” zegt ze vriendelijk, “Rianne is hier voor de eerste keer?” En ze pakt tegelijkertijd een sleutelbos en een mapje uit een la. “Fijn dat u met het hele gezin bent gekomen, misschien is het handig om eerst een rondleiding te geven? Rianne komt te wonen in Unit 10, daar kunt u haar ieder weekend ophalen en terugbrengen.” “Alle verdere informatie vindt u in dit mapje dat u straks mee naar huis krijgt.”
Het hele gezelschap loopt achter de mevrouw aan naar buiten, rechtsom langs het grote huis naar het eerste dichtbijzijnde gebouw. “Ik laat u een paar verschillende woongroepen zien zodat u een idee heeft wat we hier doen,” zegt de mevrouw. “De groepen worden ingedeeld op mate van handicap, althans dat proberen we.” Joos kijkt haar aan, wat bedoelt ze? Maar daar komt ze gauw genoeg achter. Wat ze die middag ziet, staat voor altijd in haar geheugen gegrift. Een woongroep met ‘Mongooltjes’ waarvan sommige ook nog doof of blind zijn zitten aan tafel te eten. Terwijl een begeleidster probeert één van de bewoonsters te voeren wordt ze door haar keihard in haar hand gebeten. Vervolgens haalt de begeleidster een riem en bindt haar vast in haar stoel. De bewoonster verzet zich hevig en stoot rauwe klanken uit. Onze ‘gids’ probeert vervolgens wat stamelend uit te leggen dat dit ook vooral voor de veiligheid van de cliënten bedoeld is.
In het volgende gebouw wordt het nog erger. Hier lopen ze door ruimtes waar matten op de grond liggen waarop kinderen als beesten liggen te rollen. Ze zijn lichamelijk én geestelijk gehandicapt, kunnen niet praten en lopen en zijn niet zindelijk. Het stinkt ook vreselijk in de zalen. De kleintjes liggen in ledikantjes, de meeste vastgebonden zodat ze zichzelf niet verwonden. Er worden testen gedaan met knuffelmuren om te kijken of de bewoners daar rustig van worden en er is een ruimte waar muziek in combinatie met verschillende kleuren gebruikt wordt voor rustgeving.
Bij Unit 10 aangekomen, worden ze begroet door 2 begeleidsters van die groep. Wat meteen opvalt is de grote sleutelbos die ze aan hun broekriem hebben hangen. Alle deuren, buiten- en binnendeuren zijn op slot. Niemand kan, in welke ruimte dan ook, zelfstandig die ruimte verlaten.
Weer buiten moet Joos kokhalzen. Rianne heeft niks door en staat te grijnzen. Vader en moeder zeggen, zoals gebruikelijk, niks. Behalve als ze langs het paardje in de wei lopen dan zegt Ria, “wat is de natuur hier mooi he?”
Plaats een reactie