Veel te vroeg is Ria wakker geworden en vannacht heeft ze ook al uren in haar bed liggen woelen. Dat allemaal om iets wat ze allang weet. Ze heeft toegestemd in de test omdat “haar” dochter Joos het persé wilde en de arts erop aandrong. “Het is beter om zekerheid te hebben voor eventuele vervolgstappen,” had hij gezegd. Na al die jaren hoeft het voor haar eigenlijk niet meer, en Rein kan het ook geen barst schelen. Die heeft nooit een eigen mening. Wat denken ze dat ze nog niet weet? Ze was er toch zelf bij? Misschien toch maar afzeggen vanmiddag? Wat kan haar die Joos schelen? Ria heeft haar nooit begrepen en had een hekel aan het zwarte schaap, altijd al gehad! Maar goed, ze zou wel zien hoe de dag verloopt.
Ria 1944
Het is 1944, het is koud en iedereen heeft honger. “Kom eens,” zegt de moeder van Ria terwijl ze door het raam naar buiten loert. Langzaam loopt ze naar haar moeder toe die het gordijn een beetje opzij doet zodat ze makkelijker naar buiten kan kijken. “Kijk daar eens, zie je die auto daar?” Ria kijkt naar buiten en ziet een auto staan die ze vaker gezien heeft. Iets verderop staan een paar mannen met laarzen aan. Haar vader noemt ze altijd “die rotmoffen,” maar ze weet nog niet zo goed wat dat betekent. Volgens haar vader zijn het “bezetters” of zoiets en dat zijn slechte mensen. “Daar achterop de auto ligt een tas, zie je dat?” Ja, die ziet ze wel. “Jij gaat nu naar buiten om die tas te pakken en zorg dat je niet gezien wordt, heb je dat begrepen?” Zegt haar moeder. “Maar het is glad buiten,” protesteert ze nog, maar ze wordt ruw bij haar mouw gepakt en zonder pardon naar buiten gezet. “Schiet op,” sist haar moeder haar na en zo snel als ze kan loopt Ria naar de auto en pakt de tas. Het lukt om ongezien weer terug te komen en zodra ze binnen is wordt de tas ruw uit haar handen getrokken. “Zie je wel, er zit eten in,” zegt haar moeder, terwijl ze er een paar hompen brood uitpakt. “Goed gedaan meisje.”
Na de oorlog moet Ria naar de Huishoudschool. “Wat denk jij anders te gaan doen later?” Vraagt haar moeder. “Vroeg of laat ga je trouwen en wordt je huisvrouw, dat is nou eenmaal zo.” “En dan moet je wel kunnen koken en naaien om voor je man te zorgen.” Ze heeft het erg naar haar zin op de Huishoudschool, ze heeft een paar vriendinnen en voelt zich gelukkig. Als ze zelf ook kinderen krijgt, stuurt ze haar dochters ook naar de Huishoudschool, neemt ze zich voor.
Als Ria 18 jaar wordt, mag ze uitgaan van haar ouders. Haar nichtjes gaan mee naar de danszaal maar ze durven niet zoveel en staan een beetje verlegen aan de kant. Een groep militairen, die net buiten de stad in de kazerne verblijft, is ook een avondje uit. Zo te zien vermaken ze zich prima en ze staan een beetje lacherig naar de meiden te kijken. Plotseling komen vier mannen op hen af en ieder van hen pakt een meisje bij de hand en neemt haar mee de dansvloer op. Houterig probeert ze de pasjes die haar moeder haar geleerd heeft, want zo hoort het, zegt haar moeder altijd. Maar Jan, haar militair, vindt het veel leuker om Ria dicht tegen zich aan te drukken en af en toe zacht te kussen in haar nek. Als de danszaal dicht gaat is het tijd om naar huis te gaan maar Jan laat haar niet los. “Kom je volgende week weer?” vraagt hij, en geeft haar een innige kus. “Ja,” zegt ze zachtjes. En zo wacht Ria iedere week weer op het moment dat ze haar militair kan zien en ze wordt smoorverliefd.
“Dat is toch niks voor jou, die militair,” hoort Ria haar moeder regelmatig zeggen. “Jij kunt toch wel wat beters krijgen.” Maar Ria houdt vol, ze wil bij Jan blijven. Ze weet best dat haar ouders iemand anders op het oog hebben en haar moeder blijft daarover zeuren. Omdat ze enig kind is willen ze
zich daarmee blijven bemoeien. Maar ze weet zeker dat Jan de ware is. De schok is dan ook groot als hij aankondigt dat zijn tijd erop zit en hij terug moet naar de kazerne in het noorden van het land. Ria is kapot van verdriet, maar dan weet ze nog niet dat het niet zover zal komen. Want 2 weken later, als Ria bij de huisarts is voor haar buikpijn, hoort ze hem zeggen, “U bent zwanger, mevrouw!”
Haar moeder is in alle staten, “Wat heb je nou toch gedaan?” jammert ze. “Je bent een schande voor de buurt, hoe moeten we dit oplossen?” En meteen er achteraan, “Dan moet je maar trouwen , en zo snel mogelijk zodat niemand het door heeft.” En zo neemt het leven van Ria opeens een grote wending, datum wordt geregeld, bruidsjurk gekocht en er wordt ruimte in huis gemaakt waar het kersverse echtpaar kan wonen.
Ria beleeft in dat jaar een zeer gelukkige tijd met Jan en ze kijken uit naar de bevalling die zich al snel aandient. De zwangerschap is goed gegaan en volgens de dokter komt het kindje mooi op tijd. De baby wordt geboren in het ziekenhuis maar ze heeft hem niet mogen zien. “Het is een jongetje,” zegt de zuster. “Dood geboren.” “Het is beter voor de verwerking dat u hem niet ziet!”
Later hoort Ria dat het kindje is begraven. In ongewijde grond, waar een ongedoopte hoort.
Een jaar later
Ria voelt zich eenzaam. Jan heeft besloten terug te gaan naar het noorden van het land. De scheiding is al rond. Op een avond zegt haar vader plotseling “we krijgen vanavond visite van mijn collega, Rein, een aardige vent.” Haar moeder blijft strak voor zich uit kijken en zegt; “Ga eens met hem uit, ik denk dat hij wel bij jou past.”
Ria vindt er niks aan maar ze gaat wel een keer met Rein dansen, omdat haar ouders dat graag willen. Maar één keer dan, want ze kan haar militair nooit vergeten.
Ze hoort nooit meer iets van haar militair en haar moeder zegt “Hij is allang met een ander getrouwd hoor, vergeet hem nou.” “Rein heeft al werk en verdient goed, dat is goed voor je toekomst. Probeer het nou maar.” “Anders denken de mensen nog dat je een ouwe vrijster bent als je ongetrouwd blijft.”
En zo heeft Ria toegegeven dat ze beter kan trouwen met Rein. Met het inkomen van Rein kunnen ze goed leven, dat komt vast allemaal goed!
Plaats een reactie