Een operatie brengt altijd risico’s met zich mee. De volgende complicaties of bijwerkingen kunnen optreden als gevolg van een DBS (Deep Brain Stimulation)
Bijwerkingen en complicaties als gevolg van de operatie:
- Bijwerkingen van de narcose: Voor het plaatsen van de neurotransmitter onder de huid word je volledig onder narcose gebracht. Hierdoor kun je last krijgen van misselijkheid, braken en keelpijn. De verschijnselen verdwijnen meestal binnen enkele dagen.
- Een infectie: Het geïmplanteerde systeem kan infecteren (ongeveer 5% kans). Vanwege het risico op een infectie krijg je, gedurende 24 uur na het inbrengen van de elektroden, antibiotica door het infuus.
- Bloeding in de hersenen: De operatie kan een bloeding in de hersenen veroorzaken. Hierdoor kun je tijdelijke of blijvende uitvalsverschijnselen krijgen zoals een verlamming of in het ergste geval komen te overlijden. De kans op een bloeding met uitvalsverschijnselen is <1% en de kans op overlijden veel minder dan 1%.
- Epilepsie: Tijdens een hersenoperatie kunnen epileptische aanvallen ontstaan. Dit komt weinig voor en leidt vrijwel nooit tot blijvende epilepsie. Wel heeft het, als dit voorkomt, tijdelijke gevolgen voor het mogen autorijden.
- Verwardheid: door de operatie kan (tijdelijk) verwardheid ontstaan (ongeveer 5%).
- Problemen met denken en geheugen: vaak zijn er bij de ziekte van Parkinson lichte problemen met denken en geheugen, deze kunnen een enkele keer door de operatie verergeren.
- Problemen met het geïmplanteerde systeem: een enkele keer blijkt dat de elektrode niet op de gewenste plek geplaatst is of verplaatst is. Dit kan een reden zijn van minder optimaal effect. Daarnaast kunnen onderdelen van het DBS systeem beschadigen of stuk gaan. Dit laatste is goed te verhelpen met het vervangen van de beschadigde onderdelen.
Bijwerkingen op lange termijn:
- (toename van) problemen met concentratie en denken.
- minder vloeiend spreken
- onduidelijker spreken (ongeveer 10%)
- meer moeite met slikken
- knipperen en krampen van de ooglidspieren
- dubbel zien
- tintelingen
- problemen met evenwicht bij staan en lopen
- verkrampingen of onwillekeurige bewegingen rond de mond of in lichaamsdeel
- depressie of gedragsverandering (zoals onverschilligheid en impulsief gedrag, koopdrang, hypersexualiteit, eetdrang of gokdrang)
Soms kunnen deze bijwerkingen verholpen worden door een andere instelling van de stimulatie en de medicatie. Helaas gaat een andere instelling soms ten koste van het effect op de parkinsonverschijnselen en niet alle bijwerkingen reageren op het lager zetten van de stimulator. Daarnaast komt het een enkele keer voor dat de elektrode verplaatst is, dat het effect tegenvalt of dat in de loop van de tijd beschadigingen ontstaan aan het DBS-systeem.
Dus dan weet je het! Het kan altijd nog erger!
Plaats een reactie