Categorie: Blog

Wat beleef ik nu

  • Kennis maken

    Zomerkamp

    In de brugklas van de middelbare school is het gebruikelijk dat alle ‘brugpiepers’ op kamp gaan om elkaar een beetje te leren kennen. Je kent het vast wel, met de fiets een uurtje van de stad af naar een bos waar een paar gebouwen opstaan met grote slaapzalen, keuken en douches. En daar bedenken de leraren allerlei spelletjes en sporten waar de kinderen zich mee kunnen amuseren. Er is ook een zwembad en dat treft, het is een warme nazomer, dus dat komt goed uit.

    Joos ziet het helemaal niet zitten om te gaan, sporten is niet haar ding en wat moet je zeggen tegen elkaar. Hoe leg je contact en wat is sociaal wenselijk gedrag? Als Joos het zwembad ziet en  iedereen roept enthousiast; “Mogen we zwemmen?” denkt ze alleen maar, ik durf niet in bikini, ze lachen me vast uit, en ze pakt een stoel aan de zijkant van het zwembad. Een lerares komt naar haar toe gelopen en vraagt, “ben je ongesteld? Wat jammer nou.” Het makkelijkste is om dan gewoon “Ja” te zeggen, dan ben je overal van af.

    Het meest gênante ogenblik moet dan nog komen.  Bij het avondeten moeten alle leerlingen aan een lange tafel gaan zitten en het eten wordt opgeschept. Joos pakt een lepel en begint gewoon te eten.  Hoofd naar beneden waardoor er ook geen contact mogelijk is, Dan hoort ze ineens vanuit haar rechterhoek “Hee, kan jij niet met mes en vork eten”. Oeps, hebben ze het tegen mij?  De leraar die ook aan tafel zit zegt rustig “eet maar gerust door hoor, niet iedereen heeft thuis geleerd om met mes en vork te eten. Pfff en dan ben je 11 jaar, super gênant.

  • De middelbare school

    De start

    Op de basisschool heeft Joos niet veel vriendinnen gehad en voelde ze zich onzeker en beschaamd, in de zin van zich schamen voor haar zijn en haar familie en haar thuis. Ze zag dat het bij anderen thuis gewoon anders was,  er werd met elkaar over andere onderwerpen gesproken, er werden andere spelletjes gespeeld. Zo heeft Joos pas geleden bij een klasgenoot leren schaken. Ze had er nog nooit van gehoord maar ze vindt het geweldig en soms wint ze ook nog weleens.

    Haar zus  is naar de huishoudschool gegaan en dat is nu net wat Joos écht niet wil  Ze wil studeren, ze is nieuwsgiering naar wat er nog meer is in de wereld. Haar moeder hoort ze weleens tegen oma zeggen “Joos kan goed leren zeg!” Ze weet het dus wel, ook al zegt ze er nooit iets van.

    Schoorvoetend loopt Joos, voor de eerste keer,  het schoolplein op, langs een groep stoere rokende meiden die iedereen aanstaren die naar binnen wil. Ze staan voor de poort omdat op het schoolplein niet gerookt mag worden. Ze barricaderen de deur eigenlijk zodat je moeite moet doen om er langs te komen. ‘Doorlopen’, zegt Joos in zichzelf. Achter zich hoort ze iemand lachen, is dat omdat ze die stomme schoenen aanheeft of dat 2e handsjurkje die haar tante heeft meegeven toen ze daar zondag op bezoek waren?

    Op het schoolplein zoekt ze de deur waar de brugklassers naar binnen moeten en ze loopt die kant op. Ze weet niet wat ze anders moet gaan doen dus gaat Joos maar vast bij de deur staan. Even later komen er een paar meisjes bijstaan die elkaar blijkbaar al kennen en vragen aan Joos of ze ook voor de 1e klas komt.  “Nou” zeggen de meiden, “dan komen we bij elkaar in de klas.”  Bij deze 2 meiden zal Joos vier jaar lang haar pauzes vullen en in de klas blijven.

    Joos is een stil en bedeesd meisje in de klas, ze zit het liefst achteraan en probeert niet op te vallen. Sommige klasgenoten proberen soms te klieren en herrie te maken maar daar doet ze nooit aan mee. Ze let goed op tijdens de lessen en maakt altijd haar huiswerk. “De perfecte leerling” en “een engeltje in de klas,” zou haar mentor ooit zeggen. Niemand weet van haar situatie thuis, waar ze nergens echt een goede plek kan vinden om haar huiswerk te maken of toetsen te leren. Overal is er geluid, de tv staat altijd aan, of Rianne krijgt weer een woede aanval. Gek wordt ze ervan!

    Soms vragen de meiden op school naar haar thuis. En dan geeft ze de antwoorden die ze kent van andere kinderen. “Wat doet je moeder voor werk?” “Die werkt in het ziekenhuis,” zegt Joos. “Wat leuk,” reageert het meisje. “wat doet ze daar,” vraagt ze geïnteresseerd. “Ze werkt op het laboratorium,” zegt Joos. “Laborante, wat leuk,” is de reactie. Joos zwijgt, ze durft niks meer te zeggen en knikt alleen maar. Wat moet ze hier op zeggen? Nu kan ze toch niet meer vertellen dat haar moeder schoonmaker is en toevallig altijd ook het laboratorium moet dweilen?

    Joos haalt mooie cijfers, ze gaat ervoor. Ze beseft heel goed dat een goed diploma haar uitweg is. Dan kan ze namelijk een baan zoeken en dan heb je geld om zelfstandig te zijn. Maar dat duurt jammer genoeg nog een paar jaar. En ze moet alles alleen doen, op hulp van thuis hoeft ze niet te rekenen. En ook haar rapport wordt nauwelijks bekeken, er wordt wel een handtekening opgezet door haar vader, dat is verplicht voordat ze het weer mee naar school moet nemen. Ondanks dat hij analfabeet is heeft hij wel geoefend om zijn naam te schrijven. Dat is het enige wat Joos hem ooit heeft zien schrijven. Op uitnodigingen voor een ouderavond gaan haar ouders nooit in. “Ze kunnen toch niet, haar moeder moet werken. Snap je dat niet?”

  • 1977

    De eerste dag dat Joos naar de MAVO gaat, is de dag dat Elvis Presley dood is gegaan.  Nou, dat zegt de juf die het eerste uur les komt geven want Joos heeft geen idee wie Elvis Presley is. Daarna heeft Joos natuurlijk alles op tv gezien en toen begreep ze wel dat het een bijzondere man was geweest. Gek he, dat een mens dit dan onthoudt. In de eerste klas heeft Joos niet echt vriendinnen, ze vindt het best moeilijk om contact te maken. Af en toe in de pauze gaat ze bij twee meisjes staan en luistert gewoon wat ze zeggen. Ze zijn wel oké, en ook heel gewoon, niet van die tuttebellen.

    Op een dag zit iedereen in de klas en we kijken uit op het plein voor de school. Toevallig, want we moesten per les van lokaal wisselen dus we zaten steeds ergens anders in het gebouw. Op die middag dus aan de voorkant. Nieuwsgierig kijkt Joos naar buiten, ze dwaalt een beetje af. Dan ziet ze een jongen met een fiets en een jerrycan aan komen lopen. Hij zet zijn fiets tegen een boom en gooit de jerrycan leeg over zich heen en steekt het aan. Whoeeem, die jongen staat helemaal in de fik. Voorbijgangers en personeel van school snellen toe om met een deken het vuur te blussen.

    De les is meteen afgelopen, een paar meisjes zitten te huilen, één drama-queen ligt zelfs op de grond te snikken. Al snel gaat een gerucht de ronde dat die jongen verkering heeft gehad met een meisje uit de hoogste klas en die heeft het pas uitgemaakt. Daarom heeft hij ook bewust gekozen om het voor het schoolgebouw te doen. De volgende dag leest Joos in de krant dat de jongen het niet heeft overleefd.

    Joos is geen prater, maar ze is wel in shock. Ze ziet steeds een persoon zijn benen bewegen met allemaal vlammen eromheen. Als ze thuiskomt zijn er alleen maar op sensatie beluste opmerkingen. “Hoe ging dat dan precies?” en “Hoe lang brandde het vuur?”

    Die nacht slaapt Joos niet, ze zien steeds die jongen voor zich. Sterker nog, die ziet ze nog jaren voor zich alsof hij echt op haar netvlies staat.

  • Zoete Regen deel 2

    Het verhaal gaat verder

    Voor de liefhebbers ga ik beginnen met deel 2 van het verhaal. Het gaat om Joos, zij is een dochter van Ria en Rein. Ria is ervan overtuigd dat haar dochter verwisseld is bij haar geboorte in het ziekenhuis. Dit kan ze niet verkroppen en ze slaagt er niet in om Joos de liefde te geven die een kind nodig heeft.

    Joos daarentegen voelt dit heel goed aan en vraagt zich ook af hoe het kan dat ze in dit gezin geboren is. Ze lijkt helemaal niet op haar vader of moeder en ook niet op tantes en nichtjes of haar zusje. Joos wordt wat ouder, ze gaat naar de middelbare school, en ze gaat er ook meer over nadenken. En daarbij komt natuurlijk ook het verdriet en de onmacht. Een kind wil aandacht en stabiliteit en gelukkig zijn. En waarom negeert haar moeder haar weleens. Soms denkt Joos er over om weg te lopen en dan gaat ze gewoon bij een ander gezin wonen, zo’n leuk gezin dat je altijd op televisie ziet. Ja, dat is een goed idee.

    Veel plezier.

    Hanna

  • Nieuws

    Verbod op bestrijdingsmiddelen lelieteelt
    Een lelieteler uit het Limburgse Sevenum mag komende jaren geen pesticiden gebruiken bij het telen van lelies. Dat heeft het gerechtshof op 22 juli bepaald in een zaak die was aangespannen door omwonenden.

    Goed nieuws dat de rechter heeft bepaald dat in dit geval geen pesticiden gebruikt mogen worden. Dat geeft weer hoop!

    Verder kwam ik er pas achter dat ik wat instellingen van de site verkeerd heb ingesteld omdat jullie een mail moeten krijgen met de boodschap dat er een nieuw bericht is. En nu staat de tekst al in de mail. Dat was niet de bedoeling.

    Deel 1 is nu af en ik ga proberen het schrijven weer op te pakken. Dit verhaal (deel 1) had ik nog liggen. Echter, door allerlei omstandigheden ben ik vaak in het ziekenhuis en stond mijn hoofd er niet naar. Ik heb namelijk al lang pijn in mijn rechterbeen en daar werd maar geen diagnose voor gesteld. De specialist wist er ook geen raad mee en uiteindelijk na een MRI in opdracht van een andere specialist heb ik de diagnose gekregen, Iliopsoas Avulsie, oftewel mijn psoas spier is gedeeltelijk gescheurd waardoor ik mijn been niet goed meer kan gebruiken. Met daarna meteen het bericht dat hij het niet kan herstellen. Hij kan de afgescheurde rafels niet aan elkaar zetten.

    Omdat ik toch nog graag wil lopen heb ik een 2nd opinion gevraagd bij de St. Maartenskliniek en hoop ik dat er een arts is die het wel wil proberen.

    Omdat ik jullie allemaal ken wilde ik dit even delen .

    Groet

    Hanna

  • Heden


    En uiteindelijk is er dan een DNA-test afgenomen die zekerheid moet geven.
    Vandaag is eindelijk de dag dan aangebroken, deze dag waar ze al jaren op wacht. Al slaat de twijfel alweer toe want ja, waar wacht ze eigenlijk op? Op een antwoord, dat is zeker, maar de vraag is wat dat antwoord dan betekent. Ze heeft er al vaak over nagedacht en de conclusie kan niet anders zijn dan dat ze geen biologisch kind is van haar ouders. De verschillen zijn gewoonweg te groot, er is geen enkele gelijkenis, zowel fysiek als mentaal. Maar als het definitief op papier staat kan ze op zoek gaan naar haar echte ouders. Ze heeft het allang in haar hoofd uitgetekend, ze weet wat haar te doen staat.
    Op de afdeling klinische genetica aangekomen, ziet ze Ria al in de wachtkamer zitten met een kopje koffie. Joos is helemaal niet zenuwachtig, ze ziet het maar als een formaliteit. Ria zegt niks en staart voor zich uit. Wachten duurt altijd lang en Joos? Ze kijkt een paar keer richting de klok. Nou zal het echt niet lang meer duren. De deur gaat open en hun namen worden geroepen. “Goedemiddag,” zegt de man en schudt beiden hartelijk de hand. Terwijl ze gaan zitten kan Joos niet meer wachten. “En?” Vraagt ze, en ze kijkt de man verwachtingsvol aan.

    Einde deel 1

  • Joos basisschool

    Vandaag is het woord ‘markt’ aan de beurt. De leraar maakt er een thema van; “wat zie je allemaal op de markt?” Joos steekt haar vinger in de lucht en de leraar zegt; “Joos, zeg het maar.” “Wat is markt?” Vraagt ze. Achter zich hoort ze al gegrinnik en gesis van andere meiden en ze wordt rood tot achter haar oren. Ze heeft al spijt dat ze het gevraagd heeft, ze schaamt zich dood. Vorige week wilden de meiden waar ze zo graag bij wil horen, ook al niet met haar spelen. Maar de leraar blijft rustig staan en vertelt over de kraampjes waar je eten kunt kopen. “Daar ben je vast weleens geweest, toch?” Natuurlijk kent ze dat, dat is toch de mert?

    Na de les vraagt de leraar of Joos nog even wil blijven. Heb ik iets verkeerds gedaan? Denkt Joos, die altijd heel goed haar best doet om geen fouten te maken en keurig doet wat er van haar gevraagd wordt. Maar de leraar vraagt haar alleen maar waar ze woont en wat haar vader en moeder doen en of ze broertjes of zusjes heeft.

    Hoe ouder Joos wordt hoe meer ze zich een vreemde voelt in de klas. Soms lijkt het wel of ze van een andere planeet komt. Laatst vertelde een paar kinderen wat ze doen als ze thuis komen uit school. De één gaat naar hockeyles en de ander heeft muziekles. Joos vindt dat allemaal super interessant, dat wil ze ook wel. Ook al weet ze niet wat het precies is. Ze zal vanavond aan haar moeder vragen of ze ook op muziekles mag. Voor een nieuwe opdracht vraagt de leraar of iedereen een tijdschrift wil meebrengen. De bedoeling is dat ze dan plaatjes gaan zoeken en uitknippen om ze bij het werkstuk te plakken. Joos vraagt wat een tijdschrift is en iedereen in de klas begint te lachen. Daar heb je die stomme turk van een andere planeet weer.

    In de laatste klas gaan ze op kamp en Joos wil niet mee. Ze is een buitenstaander die altijd uitgelachen wordt dus waarom zou ze meegaan. Ook het toestemmingsformulier hebben haar ouders niet getekend, het kan haar niks schelen. De onderwijzer die vaker met haar gesproken heeft over thuis, vraagt ernaar. “Heb je het formulier niet mee teruggenomen?” En Joos antwoordt; “ik heb het formulier aan mijn vader gegeven maar die kan niet lezen.”

    Einde basisschool
    De Citotoets is in zicht en daarmee ook het oordeel van de leraar. Joos hoort leerlingen tegen elkaar praten in de klas. “Ik ga zeker naar de HAVO,” zegt de één. “Echt?,” ik ga naar het Atheneum, mijn broertje zit daar ook,” zegt de ander. Joos wil dat ook graag, ze is nieuwsgierig en wil graag studeren, want ze heeft gehoord dat je dan een goede baan kunt vinden en veel geld verdienen. En dan kan ze snel weg en lekker op een eigen kamer gaan wonen.
    Op de laatste ouderavond, haar ouders moesten nu wel mee, hoort Joos de leraar zeggen; “Uw dochter zal het echt goed doen op de MAVO,” dat is een goede school voor haar. “O,” is het enige wat haar ouders kunnen uitbrengen. En Ria voegt er nog aan toe; “Is het niet beter dat ze naar de Huishoudschool gaat?” “Dat is toch wat ze moet gaan doen, later.” “Nee hoor,” zegt de leraar. “Laat Joos maar wat helpen thuis, dan komt het heus wel goed.”

  • Joos

    Joos zit op een katholieke school die naast de kerk staat waar hun gezin bij is aangesloten. Afhankelijk van je woonadres word je ingedeeld bij een parochie. Wij gaan alleen maar met kerstmis naar de kerk dus zo heel veel weet Joos er niet van. Behalve dat de pastoor weleens bij haar moeder koffie zit te drinken als Joos van school thuis komt. Die pastoor is heel aardig en vertelt mooie verhalen. Dit jaar gaat Joos haar eerste Communie doen en op school wordt daar veel aandacht aan gegeven. De pastoor komt bijna ieder week, in de klas, mooie verhalen uit de bijbel vertellen en Joos vindt het allemaal superinteressant. Daar hoort ze ook dat iedereen in de klas de eerste communie gaat doen en dat sommige kinderen zelfs cadeautjes krijgen.
    Zoals altijd doet Joos heel erg goed haar best om te leren wat ze moet doen tijdens de eerste communie, het oefenen in de kerk gaat heel serieus. Een paar kinderen zijn altijd aan het klieren en als Joos dan omkijkt, zitten ze altijd stom te lachen. De juffrouw had toch gezegd dat ze stil moeten zijn en moeten opletten?

    Als Joos thuiskomt, zegt haar moeder; “je jurk is klaar, ik heb hem net opgehaald. Ga hem maar even passen.” Joos loopt naar de kamer en ziet daar een prachtig wit jurkje hangen. Het is een soort bruidsjurk maar dan in het klein. “Ik heb hem geleend van tante Annie, ik denk dat die jou wel past.” zegt haar moeder. Joos vindt hem eigenlijk best wel mooi, er zitten mooie linten aan en er zit zelfs een tasje bij en kniekousen. “O ja,” zegt Ria, “en we doen achteraf nog een feestje aan de overkant.”

    Op de dag van de eerste communie moet Joos vroeg opstaan want haar lange haren moeten in staarten worden gevlochten. Dat valt nog niet mee, want zoveel haar is niet makkelijk te vlechten. Dan moet de jurk aan en de kniekousen en dan moet Joos buiten gaan staan omdat Ria al een foto wil maken. “Want anders is hij straks al vuil,” volgens Ria. Op dat moment voelt Joos zich nog heel bijzonder totdat ze bij de kerk aankomen en ze ziet tot haar schrik dat iedereen ‘gewone’ kleren aanheeft. En dat staren! Alle ogen lijken op haar gericht en sommige mensen staan te mompelen tegen elkaar. Hebben ze het over haar?

    Joos is blij als het afgelopen is en dat ze weer naar huis mag. Maar ze gaan niet naar huis, ze gaan meteen naar een zaal waar de obers de koffie en taart al hebben klaargezet. En kort daarna komen broers en zussen van Rein met de hele familie langs. Het zijn mensen die Joos amper kent, ze vindt er niks aan. Ze gaan ook steeds harder schreeuwen en er wordt muziek aangezet. Er staan flesjes op tafel, heel veel lege flesjes. “Tja, “zegt Rein, “bij ons willen ze altijd bier!”

    Gelukkig gaat het regenen, Joos pakt haar jas en gaat naar buiten, ze voelt de regendruppels op haar haar vallen en op haar jas tikken. Wat een heerlijk gevoel, het geeft haar troost en ze voelt zich omarmd door de regenbui.
    Joos basisschool

  • Zus Rianne

    De schoolbel galmt door de gangen bij de klaslokalen, het is tijd om naar huis te gaan. Meteen duwen twee meisjes die achter Joos zitten, haar opzij en roepen, ga eens aan de kant, Turk” ! Achter de groep aan komt Joos naar buiten waar haar moeder, met zusje Rianne in de wandelwagen, al bij de poort staat te wachten. Haar moeder staat te praten met een paar andere moeders. Als ze dichterbij komt hoort ze haar moeder zeggen; “Na drie jaar zou ze meer moeten kunnen, de ontwikkeling blijft achter. Ze had al moeten praten en lopen maar ze denken dat ze ongelukkig is.” Pas veel later komt Joos erachter dat in de volksmond “ongelukkig zijn” betekent dat iemand geestelijk en/of lichamelijk gehandicapt is. Dat Rianne “ongelukkig” is zou best wel eens kunnen want iedere nacht ligt ze te krijsen. Joos wordt er soms ook ongelukkig van want Joos en Rianne slapen samen op één kamer. Haar ouders komen niet eens kijken, die slapen gewoon door. Joos weet inmiddels dat Rianne rustig wordt als ze tegen haar gaat praten, hele nachten vertelt ze verhalen totdat ze weer slaapt. Of ze het begrijpt, weet Joos niet want Rianne kan geen woorden vormen, alleen wat geluiden uitstoten. Volgens haar moeder is dit ook de reden dat ze niet met Joos naar dezelfde school kan. Rianne moet naar een speciale school omdat ze niet kan leren lezen en schrijven, zo heeft haar moeder haar verteld. Ze gaan dan kijken wat ze wél kan leren!

    Paar jaar later

    Het is zondag en het hele gezin loopt over het pad in de bossen naar het grote huis. Ze gaan Rianne wegbrengen naar haar nieuwe school. Op het bord boven de ingang staat “Observatiecentrum De Hoge Duinen.” Joos leest het langzaam ob-ser-va-tie-cen-trum. Wat is dat? Ze komen binnen in een grote, hoge hal met een imposante trap in het midden. Rechts zit een mevrouw bij een loket en vraagt waar ze voor komen. “Ahh” zegt ze vriendelijk, “Rianne is hier voor de eerste keer?” En ze pakt tegelijkertijd een sleutelbos en een mapje uit een la. “Fijn dat u met het hele gezin bent gekomen, misschien is het handig om eerst een rondleiding te geven? Rianne komt te wonen in Unit 10, daar kunt u haar ieder weekend ophalen en terugbrengen.” “Alle verdere informatie vindt u in dit mapje dat u straks mee naar huis krijgt.”

    Het hele gezelschap loopt achter de mevrouw aan naar buiten, rechtsom langs het grote huis naar het eerste dichtbijzijnde gebouw. “Ik laat u een paar verschillende woongroepen zien zodat u een idee heeft wat we hier doen,” zegt de mevrouw. “De groepen worden ingedeeld op mate van handicap, althans dat proberen we.” Joos kijkt haar aan, wat bedoelt ze? Maar daar komt ze gauw genoeg achter. Wat ze die middag ziet, staat voor altijd in haar geheugen gegrift. Een woongroep met ‘Mongooltjes’ waarvan sommige ook nog doof of blind zijn zitten aan tafel te eten. Terwijl een begeleidster probeert één van de bewoonsters te voeren wordt ze door haar keihard in haar hand gebeten. Vervolgens haalt de begeleidster een riem en bindt haar vast in haar stoel. De bewoonster verzet zich hevig en stoot rauwe klanken uit. Onze ‘gids’ probeert vervolgens wat stamelend uit te leggen dat dit ook vooral voor de veiligheid van de cliënten bedoeld is.

    In het volgende gebouw wordt het nog erger. Hier lopen ze door ruimtes waar matten op de grond liggen waarop kinderen als beesten liggen te rollen. Ze zijn lichamelijk én geestelijk gehandicapt, kunnen niet praten en lopen en zijn niet zindelijk. Het stinkt ook vreselijk in de zalen. De kleintjes liggen in ledikantjes, de meeste vastgebonden zodat ze zichzelf niet verwonden. Er worden testen gedaan met knuffelmuren om te kijken of de bewoners daar rustig van worden en er is een ruimte waar muziek in combinatie met verschillende kleuren gebruikt wordt voor rustgeving.

    Bij Unit 10 aangekomen, worden ze begroet door 2 begeleidsters van die groep. Wat meteen opvalt is de grote sleutelbos die ze aan hun broekriem hebben hangen. Alle deuren, buiten- en binnendeuren zijn op slot. Niemand kan, in welke ruimte dan ook, zelfstandig die ruimte verlaten.
    Weer buiten moet Joos kokhalzen. Rianne heeft niks door en staat te grijnzen. Vader en moeder zeggen, zoals gebruikelijk, niks. Behalve als ze langs het paardje in de wei lopen dan zegt Ria, “wat is de natuur hier mooi he?”

  • Een maand later

    De wekker gaat en Ria schrikt wakker, ze voelt zich moe en dan moet de dag nog beginnen. Rein is al een tijdje weg want die moet iedere ochtend op tijd de trein halen anders komt hij te laat op zijn werk. Ze staat op en loopt naar de kamer van de meisjes om hen wakker te maken. Ze zijn vaak op het laatste nippertje weg en Joos komt dus weleens te laat op school.
    Joos heeft helemaal geen zin om naar school te gaan. De juf zei gisteren; “Joos, probeer eens met andere kinderen te spelen,” in je eentje langs de muur staan is toch niet leuk?” Joos durft niet te zeggen dat ze uitgelachen wordt door sommige meiden. Maar meestal wordt ze genegeerd, ze roepen dan dat ze vlooien heeft en rennen dan gauw weg.

    Trillend roept Ria; “Joos, schiet op, naar school.” Ze hoort Rianne inmiddels alweer kreten uitstoten en met haar hoofd tegen de muur slaan. Dat doet ze al een tijdje en niemand weet hoe ze dat moet afleren. Ria ziet Joos om de hoek van haar kamer kijken. “Ben je aangekleed?” snauwt Ria en duwt haar richting de trap. Dat stomme kind zit altijd maar onder de tafel, daar word je toch niet goed van, denkt ze als ze Rianne losmaakt uit haar tuigje en uit bed trekt.

    Joos 7 jaar

    Joos wil heel netjes en keurig leren schrijven, de Juf is dan heel trots op haar. Op haar rapport krijgt ze een 9, dat is het hoogste cijfer dat erop staat. Ze doet er ook heel veel moeite voor, langzaam laat ze haar potlood bewegen op het papier, netjes de letter overschrijvend die al voorgedrukt staat. Als ze alle letters kent, mag ze ze keurig aan elkaar gaan schrijven. Als ze per ongeluk een verkeerd bochtje heeft gemaakt in een letter doet ze het gewoon weer opnieuw. Het werkstukje mag mee naar huis van de juf en papa en mama kunnen dan zien hoe goed ze kan schrijven. Maar thuis hebben die helemaal geen interesse in het schrijfwerk. Daar hebben ze allemaal geen tijd voor.
    Haar vader werkt in een fabriek en moet iedere dag met de trein naar zijn werk en terug. Ze wonen dichtbij het station en Joos vindt het leuk om hem op te halen. In het station loopt ze dan naar boven op een soort brug en kijkt naar beneden op het spoor waar de trein binnen komt. Piepend komt de trein tot stilstand en massa’s mensen komen uit de trein gelopen en verspreiden zich alle kanten op. Ze zoekt haar vader tussen al die mensen en daar ziet ze hem op de roltrap staan. “Hee,” zegt ie zacht en ze mengt zich gemakkelijk tussen de massa. Samen lopen ze naar huis, waar mama het eten al bijna klaar heeft want nu is het haar beurt. Als papa thuis is, gaat mama werken, iedere avond tot 21.00 uur. Daarom eten ze altijd vroeg, meteen als papa thuis komt, en een half uur later is mama weg en gaat papa afwassen. Om daarna op de bank te zakken en er niet meer vanaf te komen. Praten doet hij eigenlijk nooit, hij is moe en wil alleen maar tv kijken.

    Op zondag gaan ze altijd naar oma en opa, de vader en moeder van haar vader. Daar zitten altijd ook andere mensen, er is altijd wel een broer of een zus van haar vader. Ze spreken dezelfde taal als zij maar het lijken soms andere woorden dan de woorden die Joos op school leert. Haar opa en oma wonen in een straat waar iedereen op dezelfde manier praat, waar mensen buiten voor de deur gaan zitten als het mooi weer is en dan iets drinken uit een fles. “Lekker bier,” zegt opa tegen haar, “proeven?” Om dan meteen keihard te lachen en ze heeft geen idee waarom. Meestal gaat ze maar buiten spelen want ook daar wordt er nauwelijks gesproken met elkaar. Er wordt wel iets gezegd maar dan in de vorm van; “vrouw, haal nog een biertje,” of “wat is er op tv?”
    Soms vertelt opa weleens over vroeger, dat het leven hard was en dat ze niks hadden. Hun vader moest daarom ook na de lagere school meteen gaan werken om geld te verdienen. Rein is al snel in een schoenfabriek terecht gekomen om daar aan een machine te werken. “Maar tegenwoordig,” zegt opa, “kun je beter niet werken want van de sociale dienst krijg je ook geld.”